www.paarden.vlaanderen

De Vlaamse fokkerij: van A(rabische volbloed) tot Z(angersheide)

De Vlaamse fokkerij biedt paarden aan om trots op te zijn. Zowel Vlaamse sport- als recreatiepaarden zijn internationaal in trek. Dit dossier handelt over de paardenrassen die in Vlaanderen gefokt worden door erkende stamboekverenigingen. Het dossier geeft een algemeen beeld over de diversiteit en kwaliteit van onze fokkerij. Meer info rond de rassen is steeds te vinden op de websites van de betreffende stamboekverenigingen, die onderaan elk artikel vermeld worden. 

 
» Klik hier voor de contactgegevens van de 22 erkende stamboeken in Vlaanderen.


1. Arabische Volbloed

Afkomst: Arabisch Schiereiland

Woestijncompagnon van de bedoeïenen 

Het Arabische Volbloedpaard is niet weg te denken uit de geschiedenis van de paardenfokkerij. Dit edele ras met zijn karakteristiek edel uiterlijk, is het oudste raszuiver gekweekte paard ter wereld, en heeft invloeden op andere rassen wereldwijd. De oorsprong van dit paard vindt men in het Arabisch Schiereiland (nu Yemen) terug, bij de bedoeïenen. Dit nomadische volk leefde in tenten in de woestijn. Die tentenkampen trokken de prachtige woestijnpaarden aan, die er vaak ook rond bleven hangen. Zo kregen ze eten en water van de nomaden, die op die manier ook van jongs af aan met paarden leerden omgaan.


Moedig en temperamentvol

De Arabier vandaag de dag leunt nog steeds dicht aan bij de Arabier van de bedoeïenen. Met zijn wigvormig hoofd, wijd gezette expressieve ogen en neusgaten en zijn specifiek gevormde oren, heeft hij een erg bijzonder uiterlijk. Het karakter van dit paard is erg gevoelig. Ze hebben veel temperament, maar zijn erg mensgericht en hebben een grote drang om te presteren. Verder zijn ze moedig en onbevreesd. De Arabische Volbloed wordt vaak gebruikt in endurance wedstrijden, waar ze erg in uitblinken, maar ook voor dressuur en springen zijn ze best geschikt. De Arabische Volbloed heeft een speciale bouw. Hun rug is namelijk korter dan die van andere paarden en telt minder wervels.
 

Arabisch bloed gemengd met andere rassen

Het Arabisch Halfbloedpaard valt niet zomaar uniform te beschrijven, maar vertoont telkens wel eigenschappen van de Arabische Volbloed. Ze zijn in het algemeen elegant en fier, met een verfijnde uitstraling. Verder hebben ze meestal ook een goed uithoudingsvermogen en een grote intelligentie. Deze eigenschappen komen voor met andere eigenschappen die afhangen van het ras van de andere ouder. 
 

99% volbloedpaard

Binnen het stamboek van de Arabische Volbloed staat beschreven dat een bontkleurige vacht niet wordt toegestaan. Om er echter wel voor te zorgen dat deze kleur niet zou verdwijnen is er ook het stamboek voor de Belgian Pinto Arabian Horse. Deze paarden zijn dus voor meer dan 99% Arabische Volbloedpaarden en hebben dus grotendeels dezelfde exterieure kenmerken, behalve de vacht. De BPAH komt voor in drie kleurpatronen. Tobiano komt het meest voor. Dit zijn ronde witte vlekken die over het hele lichaam voor kunnen komen. Hiernaast is er ook nog Overo, waarbij de witte vlekken onregelmatig en puntig zijn en ook op het hoofd kunnen voorkomen - soms met een blauw oog. Als laatste erkent men ook Tovero, een combinatie van de twee voorgenoemde patronen, waarbij bijvoorbeeld een blauw oog voorkomt op een donker hoofd. De BPAH heeft een schofthoogte tussen 1,44 meter en 1,55 meter.
 

Sportpaard met uithoudingsvermogen

Het Anglo-Arabisch Volbloedpaard is een echte allrounder, die voor alle bereden disciplines kan worden ingezet. Het is de kruising van een Engels Volbloedpaard en een Arabisch Volbloedpaard. Deze mix brengt het beste van beide rassen naar voor: het uithoudingsvermogen van de Arabier gecombineerd met het vurige temperament van de Engelse Volbloed. Het karakter van deze paarden is over het algemeen erg betrouwbaar, en ze zijn ook intelligent. Het exterieur van deze paarden kan variëren, gezien het over een gemengd ras gaat. Dieren met meer Arabisch bloed zullen er eerder Arabisch uit zien, en vice versa. Dit kan bijvoorbeeld slaan op de neuslijn, die bij dieren met meer Arabisch bloed concaver (holler) zal zijn dan bij dieren met meer Engels bloed. Deze dieren zijn ook groter dan Volbloed Arabische paarden. Hun schofthoogte ligt tussen 1,57 meter en 1,70 meter.

» Klik hier voor de website van het BAPS-SBCA


2. Arabo-Fries

 Afkomst: België, Duitsland, Nederland

Het beste van twee rassen

De Arabo-Fries is een jong ras dat pas in 2006 officieel werd erkend. Het ras is ontstaan door het gericht inkruisen van Arabische Volbloeden bij het Friese paard, met de bedoeling het uithoudingsvermogen van de Arabische Volbloed toe te voegen aan het Friese paard. De Arabo-Fries is een divers paard en geschikt voor verschillende disciplines. Onder andere in de mensport blijken de Arabo-Friezen uit te blinken.
 

Een sportief succes

De Arabo-Friezen doen het vandaag namelijk goed in de sportwereld, en dit over verschillende disciplines. Deze elegante, zwarte sportpaarden zijn terug te vinden op internationale dressuurwedstrijden, internationale menwedstrijden en TREC. 

» Klik hier voor de website van het EAFS


3. Belgische Draver

 Afkomst: België

Vooruit in draf

Naast de galoprennen is ook de drafsport een grote en belangrijke paardensporttak. Bij de drafrennen, die zowel onder het zadel als aangespannen voor een sulky gereden worden, dient het paard te racen in draf. Paarden die galopperen worden gediskwalificeerd. Gezien het de reflex is van veel paarden om te galopperen om sneller te gaan, worden er dus speciale paarden gefokt voor de drafraces. Deze paarden zijn dravers. België heeft zijn eigen ras van drafpaarden, namelijk de Belgische Draver. Het paard wordt naast de drafsport gebruikt voor recreatie en endurance, maar kan ook andere disciplines aan. Dankzij zijn temperament en gevoeligheid zijn ze vrij makkelijk om te scholen naar andere disciplines. De draver komt vooral voor in bruin, zwart of vos en kan in grootte en uiterlijke kenmerken verschillen. Bij het fokken van deze dieren wordt namelijk vooral gestreefd naar snelheid en het in draf blijven, en minder naar specifieke uiterlijke kenmerken, hoewel ze in het algemeen wel slank en gespierd zijn.
 
» Klik hier voor de website van de Vlaamse Federatie voor Paardenrennen
» Klik hier voor de website van de Belgische Federatie voor Paardenwedrennen


4. Belgische Rijpony

 Afkomst: België

Sporthelden op kinderformaat

Net zoals het Belgisch Warmbloedpaard is de Belgische Rijpony - ofwel BRP - ontstaan uit de wens om een pony te fokken die in de sport zou uitblinken. De BRP draagt bloedlijnen van New Forest pony’s, Duitse Rijpony’s, Welsh pony’s en in mindere mate nog andere ponyrassen zoals de Dartmoor en de Connemara. Het beste van deze rassen komt tot uiting in de BRP.  Deze sportpony’s zijn dan ook erg in trek bij jeugdruiters met ambitie. De Belgische Rijpony boekt goede resultaten in zowel de (show)jumping als op dressuurwedstrijden. Naast hun goede prestaties wordt er bij het fokken van deze pony’s ook op gelet dat het exterieur goed is en aan hoge eisen voldoet. Ook aan het karakter wordt veel belang gehecht. Zo staat de BRP voor een kwaliteitsvolle kindvriendelijke sportpony. 


» Klik hier voor de website van het BWP 


5. Belgisch Trekpaard

 Afkomst: België

Kroonjuweel van het Belgisch levend erfgoed

De “Sociëteit van het Belgisch Trekpaard” werd opgericht in 1886 teneinde de fokkerij van de toen reeds wereldvermaarde Belgische Trekpaarden te uniformiseren, te organiseren en te promoten.  De geschiedenis van onze trekpaarden gaat echter veel verder terug. Reeds tijdens de Romeinse bezetting werden niet alleen de Belgen als dappersten aller Galliërs genoemd en geroemd, maar ook de “Belgische” paarden. Keizer Nero had er een vierspan van. In de middeleeuwen evolueerde het naar een ridderpaard, geschikt om een geharnaste ridder met een totaalgewicht van ruim 200 kg., op het strijdveld te torsen. Ook toen al werd het uitgevoerd naar alle windstreken en kreeg het invloed op onder andere de Engelse Koudbloedrassen. Daarna evolueerde het tot “trekpaard” en werd het gebruikt om zware werktuigen en voorwerpen te trekken in de landbouw, de bosbouw, de mijnen, de havens, het transport, ... Ze trokken niet alleen landbouwwerktuigen en bomen, maar ook  (post)koetsen en schepen. Vanaf de onafhankelijkheid van België werd met succes ingezet op de fokkerij van kwaliteitspaarden en dit door het invoeren van de verplichte hengstenkeuring en het toekennen van premies voor een jaarlijks budget van 30.000 F. in goud, verdeeld over de toen nog 9 provincies. Terwijl de postkoetsen aan belang verloren en in 1835 de aanleg van de spoorweg begon, zorgde de landbouw voor de heropleving van de Belgische paardenfokkerij door zijn vraag naar sterke paarden voor de akkerbouw. Het Belgisch Trekpaard was en is een “gesloten” fokkerij van een “zuiver” ras dat gefokt wordt voor zichzelf en verbeterd door zichzelf, dus zonder inkruising van andere rassen. Op de eind 19de, begin 20ste eeuw georganiseerde wereldkampioenschappen haalden Belgische trekpaarden keer op keer de bovenhand. Zo werd de befaamde hengst Brillant in 1878 wereldkampioen te Parijs. Eind 19de eeuw werd het Belgisch Trekpaard alom beschouwd als beste trekpaard ter wereld en ontstond er een wereldwijde en bloeiende handel in.

 

Met de oprichting van het stamboek evolueerde het Belgisch Trekpaard naar een uniform type, waarbij de stoeterijen in het (intussen Vlaams-)Brabantse Vollezele (Galmaarden), een belangrijke rol speelden als “smeltkroes”. De drie grote bloedlijnen: de dikken van de Dender, de grijzen van Nijvel en Henegouwen en de Colossen van de Méhaigne versmolten tot het “Belgisch” Trekpaard, in de volksmond ook wel “Brabants” trekpaard genoemd, gezien die versmelting tot één uniform type voornamelijk in die provincie gebeurde. Daarbij was de in Grimmingen (Geraardsbergen) in 1863 geboren hengst Gugusse, later Orange I genoemd, van groot belang als stamvader. Vandaar dat Grimmingen aanspraak maakt op de titel “bakermat” van het Belgisch Trekpaard. Na de tweede wereldoorlog evolueerde het Belgisch Trekpaard naar een zwaarder, sterk gespierd type, waarbij de in 1916 geboren stamvader Albion d’Hor en zijn nakomelingen hun stempel drukten en daarbij ook hun bruinschimmelkleur dominant meegaven.

 

Tijdens het interbellum vormde de export van Belgische Trekpaarden ons belangrijkste exportproduct, belangrijker dan kolen en staal samen. Door de industrialisatie ontstond er een enorme en wereldwijde vraag naar de zware Belgische paarden voor de aanleg van spoorwegen, havens enz. De handel in trekpaarden kende een glorieperiode met een jaarlijkse omzet van 50 miljoen goudfranken per jaar en een jaarlijkse uitvoer van 30 tot 35.000 trekpaarden over de hele wereld. Het Belgisch Trekpaard trok letterlijk en figuurlijk onze economie.

 

In 1950 waren er nog ongeveer 200.000 trekpaarden in België, doch door de motorisering na de Tweede Wereldoorlog werd het trekpaard stilaan verdrongen. Momenteel zijn er in België nog een 10.000 Belgische Trekpaarden en jaarlijks worden er een 800 veulens geboren. Met de steun van de Vlaamse, Waalse en ook provinciale overheden wordt dit ras in stand gehouden en evolueert het naar een gewaardeerd recreatiepaard.

 

Moeder van de koudbloedrassen

De genen van ons Belgisch Trekpaard zijn verspreid over de ganse wereld en hebben de neiging zich aan te passen aan het lokale klimaat, zodat het elders, al naargelang de omstandigheden en de selectie, kleiner en fijner (bv. de Deutsche Kaltblud in Duitsland) of juist hoger en smaller wordt (bv. het Belgian Draft Horse in Noord-Amerika). Het Belgisch trekpaard vormt de ‘motherbreed’ van de andere zware koudbloedrassen met invloed sedert de middeleeuwen op trekpaardenrassen over de hele wereld, in het bijzonder ook op de Franse en Engelse koudbloedrassen. Het is als dusdanig een basis waarnaar door die andere rassen teruggegrepen kan worden om ze te revitaliseren, zoals in de warmbloedfokkerij teruggegrepen wordt naar de volbloed. Het Belgisch trekpaard is als het ware de volbloed onder de koudbloeden.

 

Nu nog zijn er belangrijke fokkerijen in onder andere Nederland (Nederlands Trekpaard), Duitsland (Deutsche Kaltblut), Denemarken,  Frankrijk (Trait du Nord en Auxois) en ook in Noord-Amerika (Belgian Draft Horse). Het Belgian Draft Horse is vandaag het grootste koudbloedstamboek ter wereld. De in het - ook al Vlaams-Brabantse – Halle in 1910 geboren hengst Farceur is de grote stamvader van dat Belgian Draft Horse.

 

Raskenmerken - toonbeeld van machtige elegantie - kleurverscheidenheid

Het Belgisch trekpaard wordt gekenmerkt door een sterk en grof geraamte, een zware en krachtige spierontwikkeling, een vrij grote gestalte en een rustig maar toch vinnig temperament. Het ideale type wordt beschreven in de rasstandaard.

 

Er zijn paardenrassen die sneller zijn, doch geen ander ras beschikt over dezelfde harmonische combinatie van kracht, macht, adel en elegantie. Dit maakt het tot een unicum onder de zware koudbloeden.

 

Uniek is ook dat het Belgisch Trekpaard erkend wordt in 7 kleuren: de drie basiskleuren bruin, zwart en vos, de onveranderlijke schimmelvarianten daarvan: bruinschimmel (rouan), zwartschimmel (blauw) en vosschimmel (aubère) en daarnaast zeldzaam, maar nog steeds voorkomend, de veranderlijke schimmel (appelschimmel).

 

Bij de opstart van het stamboek in 1886 waren de meeste trekpaarden bruin of vos. Pas na de eerste wereldoorlog kwamen de bruinschimmels in opmars met de kampioen van 1923 en grote stamvader Albion d'Hor, die zijn stempel drukte op de fokkerij, zowel in kleur als in type.

 

Sedert het laatste decennium van de 20ste eeuw zijn de andere kleuren weer in opmars. Er wordt veel aandacht besteed aan de kleurverscheidenheid van het Belgisch Trekpaard en het behoud van àlle kleuren. Vooral in de recreatie geeft men vaak de voorkeur aan effen kleuren en appelschimmel. 
 

Multifunctionele krachtpatser en toeristische publiekstrekker

Het Belgisch trekpaard is multifunctioneel. Zijn soepele, krachtige en ruime bewegingen, zowel in stap, draf als galop, gecombineerd met zijn legendarisch rustig en zachtaardig karakter maken het tot een paard dat uitstekend geschikt is voor gebruik als trekpaard in de landbouw en de bosbouw, als productiepaard in paardenmelkerijen maar ook als recreatiepaard, zowel aangespannen als bereden.

 

Door zijn robuuste gestel is het Belgisch trekpaard perfect aangepast aan onze klimaat- en bodemgesteldheid.

 

Het Belgisch trekpaard blijft het sterkste van alle paardenrassen ter wereld. De paarden werden vroeger enkel gebruikt als werkpaard maar nu - mede dankzij hun kleurverscheidenheid en gouden karakter – worden ze meer en meer gebruikt in de recreatie en ook voor begrazing in natuurgebieden. 

 

Op jaarmarkten, prijskampen, stoeten, processies, oogstfeesten en landbouwbeurzen blijft het de publiekslieveling nummer één. De garnaalvissers te paard werden met hun Belgische trekpaarden zelfs bekroond tot Unesco-werelderfgoed.

 

Zowel in trek- en menwedstrijden als bij andere demonstraties blijkt dat ons huidig Belgisch trekpaard niets verloren heeft van de atletische kwaliteiten van zijn voorouders.

 

Voor meer info, zie de website van de vzw Koninklijke Maatschappij het Belgisch Trekpaard:


» Klik hier voor de website van de vzw Koninklijke Maatschappij het Belgisch Trekpaard


6. Belgisch Tuigpaard

 Afkomst: Nederland

Aangespannen en fier

Met z’n lichtvoetige gangen, trotse hoofd en verbluffende snelheid is het Belgisch Tuigpaard op veel aangespannen wedstrijden terug te vinden. Zowel qua prestatie, karakter, als exterieur heeft het Belgisch Tuigpaard heel wat te bieden. Zijn gangen vertonen veel zweefmoment en zijn actief, hij toont oprichting en draagt zichzelf in balans. Het Belgisch Tuigpaard heeft een sterk bespierde rug en een trotse uitstraling. Het karakter van dit paard is ook aangenaam. Hij is namelijk eerlijk, werkwillig en intelligent en reageert verder goed op de hulpen. Zijn prestatiedrang is groot.
 
» Klik hier voor de website van het BWP


7. Belgisch Warmbloedpaard

 Afkomst: België

Belgische trots

Het Belgisch Warmbloedpaard is uniek in Europa omdat het niet stoelt op een oud inlands ras. De Landelijke Ruiterij die in 1937 werd gesticht door kanunnik De Mey gaf de aanzet tot de fokkerij van rijpaarden. Men stelde vast dat er een behoefte was aan een geschikt sportpaard voor de landelijke ruiters. Het stamboek werd twintig jaar later, in 1955, opgericht onder de naam 'vzw Nationale Fokvereniging van het Landbouwrijpaard'.
Voordien werden de tornooien gereden met al dan niet gekruiste trekpaarden. Dit landbouwrijpaard' evolueerde naar een edel warmbloedpaard en de benaming werd vervangen door 'Belgisch Warmbloed Paard'. Vandaag de dag staat dit paard wereldwijd bekend als BWP.
 
De eerste BWP-fokkers moesten vanaf het nulpunt beginnen, er was geen traditie in het fokken van een typisch warmbloed rijpaard en misschien ligt hierin wel de sleutel tot het grote succes van BWP. Men was vrij om buiten de grenzen te zoeken naar het allerbeste genetische materiaal om te komen tot een superieur sportpaard.
Niet beperkt door enig chauvinisme werd de fokkerij in België opgestart met warmbloedpaarden uit voornamelijk Nederland (Gelderse paarden), Frankrijk (Selle Français) en Duitsland (Hannover en Holstein).
Deze smeltkroes van de belangrijkste Europese bloedlijnen met een bestand van amper enkele duizenden fokmerries staat nu al decennia lang garant voor paarden waar sportruiters wereldwijd naar op zoek zijn. Het stamboek is gevestigd in Oud-Heverlee. In Noord-Amerika bevindt zich ook een stamboek dat het BWP registreert.
 
 

Topper in de discipline springen of dressuur of eventing

Hoewel het BWP vooral in de springsport hoge ogen gooit - denk maar aan Darco, jarenlang de nummer 1 van de wereldranglijst voor fokhengsten -, geeft het BWP ook aandacht aan dressuur en eventing. De stokmaat van een BWP paarden gaat van 1,65 meter tot 1,75 meter, ze staan prima in het rechthoekmodel en ze hebben een sprekend hoofd en ze komen voor in de kleuren vos, bruin, schimmel, zwart en soms bont. Hun gangen zijn voldoende ruim, soepel en krachtig en hun lichaam is erg gespierd. De BWP paarden zijn terug te vinden in de verschillende disciplines en internationaal gerenommeerd. 
 
» Klik hier voor de website van het BWP


8. Boulonnais

 Afkomst: Noord-Frankrijk, België

Het Witte Marmerpaard

De Boulonnais is een stevig, doch sierlijk koudbloedpaard, met Arabische en Andalusische invloeden uit de regio Boulogne in de Noord-Franse provincie Picardië. Dankzij hun witgrijze vacht worden ze soms de Witte Marmerpaarden genoemd. Vroeger werden ze vaak gebruikt op het land, en hun kleinere variant werd gebruikt als trekpaard voor de wagens van de vishandelaars. Vandaag is het ras eerder zeldzaam. 

» Klik hier voor de website van de Koudbloedkoepel



9. Cob Normand

 Afkomst: Bretagne en Normandië, Frankrijk

Stevige Normandiër

De Cob Normand stamt af van één van de kleinere koudbloedrassen uit het Noorden van Frankrijk, namelijk de Bidet. De kalksteengrond in Normandië zorgde voor goede graslanden en was dus goed geschikt om het ras op de fokken. De Cob Normands zijn erg sterk en vertonen ruime gangen. Ze zijn van gemiddelde grootte, met een stokmaat tussen 1,60 en 1,70 meter.

» Klik hier voor de website van de Koudbloedkoepel


10. Comtois

 Afkomst: Franche-Comté, Frankrijk

Klein maar sterk

De Comtois, uit de Franse provincie Franche-Comté, zijn kleine maar sterke koudbloedpaarden met een stokmaat tussen 1,50 meter en 1,65 meter.  Ze zijn te herkennen aan hun donkere voskleurige vacht met lichte manen en staart. Het ras bestaat al erg lang en zijn invloeden zijn terug te vinden in andere koudbloedrassen, zoals de Percheron en de Boulonnais.

» Klik hier voor de website van de Koudbloedkoepel


11. Connemara Pony

 Afkomst: Ierland

Sportpony uit de bergen

De Connemara komt uit het gelijknamige bergachtige gebied aan de Ierse westkust, waar ze zich moesten aanpassen om te overleven. Veengronden, weinig vegetatie en een onherbergzame ondergrond maakten van dit ras een echt robuust en atletisch paard, dat vandaag de dag nog steeds diezelfde eigenschappen vertoont.  Hun stokmaat varieert tussen 1,28 en 1,48 meter. Het zijn eerder grote pony’s en dus ideaal als rijpony voor grote kinderen en volwassenen.
 

Snel en sterk

Dankzij hun sterke benen en hun uithoudingsvermogen werden de paarden vroeger ook al ingezet bij sportwedstrijden. Toen liepen ze in rennen op het strand, waar ze zelfs tegen veel grotere paarden niet moesten onderdoen. Ook vandaag doen ze het erg goed in de sport, vooral in het springen maar ook in dressuur. Daar komt nog eens bij dat ze in onderhoud niet veel nodig hebben, wat het houden van een Connemara pony gemakkelijk maakt. 

» Klik hier voor de website van de connemara pony belgium


12. Dartmoor Pony

 Afkomst: Devon, Zuid-Oost Engeland

Overleven in het moeras

De Dartmoor pony komt uit de moerassen - of moors - nabij Devon, in Zuid-Oost Engeland. Dankzij hun sterke metabolisme konden ze in deze onherbergzame gebieden overleven. Ze zijn dan ook behoorlijk gehard en stevig gebouwd. Deze pony’s hebben een stokmaat van maximum 1,27 meter en komen vooral voor in bruine tinten, maar ook als schimmels. Bonte paarden worden niet erkend door het stamboek. 
 

De ideale kinderpony

De Dartmoor pony ziet er vriendelijk uit, met zijn kleine hoofd en grote ogen, en is dat ook. Ze hebben een enorm zachtaardig temperament en leveren dankzij hun goede bouw ook mooie prestaties op wedstrijden. Dit, in combinatie met hun gestalte, maakt van de Dartmoor pony de ideale pony voor kinderen. Lange, volle manen en staart worden aangemoedigd door het stamboek, en maken van deze pony niet enkel een goed wedstrijdmaatje, maar ook mooi om naar te kijken.

» Klik hier voor de website van het BWP


13. Engelse Volbloed

 Afkomst: Engeland, Verenigd Koninkrijk

Gefokt op snelheid

Eind 17de, begin 18de eeuw ontstond in Engeland een nieuw ras, speciaal gefokt voor zijn snelheid: het Engelse Volbloedpaard, of thoroughbred in het Engels. Het ras ontstond toen men drie hengsten uitkoos om te fokken met de snelste lokale merries: Darley Arabian, (een Arabier); Godolphin Barb, een Berber en Byerley Turk, (een Turks paard dat als oorlogsbuit meegevoerd was naar Engeland). Over de jaren heen koos men steeds de snelste hengsten en merries om nog snellere veulens te kweken. Enkele bekende racepaarden werden ook vereeuwigd op film, zoals Seabiscuit en Secretariat. 
 

Racepaard bij uitstek

Wie galoprennen zegt, zegt bijna automatisch Engels Volbloedpaard. Deze temperamentvolle dieren worden gefokt om hun snelheid en prestatiedrang.  Ook zijn ze erg gevoelig en intelligent. Deze combinatie zorgt ervoor dat ze als nerveus ervaren worden. De Engelse Volbloed wordt tussen de 1,50 en 1,85 meter groot en heeft een enorm krachtig en gespierd lichaam, met een recht hoofd. Ze halen een snelheid van meer dan zestig kilometer per uur in volle rengalop. De hoogste snelheid werd in 2008 in Pennsylvania in de Verenigde Staten gemeten, toen een tweejarige Engelse Volbloed merrie een snelheid behaalde van 70,76 kilometer per uur.  

» Klik hier voor de website van de Vlaamse Federatie voor Paardenrennen
» Klik hier voor de website van de Belgische Federatie voor Paardenwedrennen


14. Ezel

 Afkomst: Mediterrane Zeegebied

Geen paard, wel paardachtig

In Vlaanderen zijn er niet enkel stamboekverenigingen voor paarden, maar ook voor ezels bestaat er één. Ezels zijn al eeuwenlang aan de zijde van mensen te vinden, als lastdier, maar ook als gezelschapsdier. De originele habitat van de ezel zijn de Mediterrane kustgebieden, waar de landschappen vaak ruig en rotsachtig zijn. De ezels hebben dan ook kleine hoeven en een uitstekend evenwicht. Vandaag zijn ze in België vaak te vinden als gezelschapsdier, waar ze in kleine kuddes op de weide vertoeven. Ze zijn best te trainen, maar dit vraagt veel geduld en positieve ingesteldheid. In tegenstelling tot paarden, verstarren ezels namelijk bij stress. Hierdoor krijgen ze vaak de term ‘koppig’ aangemeten. De ezel is te herkennen aan zijn kleine gestalte en lange oren. Er zijn vier types te onderscheiden. Type 1 is kleiner dan 90 centimeter schofthoogte, type 2 tussen 91 en 104 centimeter, type 3 tussen 105 en 119 centimeter en type 4 ten slotte met een stokmaat hoger dan 120 centimeter. Men kan de ezel ook fokken met een paard, waaruit een hybride ras voortkomt. Indien men een ezelin en een paardenhengst laat paren krijgt men een muilezel. Bij een ezelhengst en een paardenmerrie krijgt men een muildier. 

» Klik hier voor de website van de Belgische Ezelvrienden


15. Fjord

 Afkomst: Noorwegen

Stevige Noorman

De Fjord is één van de paardenrassen met het meest herkenbare uiterlijk. Deze stevige dieren komen oorspronkelijk uit Noorwegen, waar ze erg raszuiver zijn gehouden. Ze zijn gemakkelijk te herkennen aan hun kleur, hun bouw en hun manen. Deze hebben namelijk twee kleuren en worden meestal kort gehouden, waardoor de manen rechtop staan. De Fjord komt voor in verschillende tinten vaalbruin, wit, vaalblauw of vaalrood, met een aalstreep over de rug. Ze zijn stevig gebouwd met een schuine schouder, waardoor ze goede, vlotte gangen hebben.
 

Werkwillig maar eigenwijs

Fjorden staan bekend om hun toch wat koppige karakter. Ze kunnen erg werkwillig zijn en leergierig, maar hebben toch de neiging om hun trainer af en toe te testen. Bij een consequente en goede trainer zullen deze paarden echter alles geven wat ze te bieden hebben, en zijn ze trouw voor het leven. Ze zijn hierdoor niet altijd geschikt voor beginnende ruiters, maar worden tegenwoordig meer en meer in de dressuur- en springsport gebruikt. Verder worden ze ook vaak in de koets aangespannen, gezien hun kracht zich daar perfect toe leent.
 
» Klik hier voor de website van het Belgisch Fjordenpaardenstamboek


16. Friese Paard

 Afkomst: Friesland, Nederland

Het Friese paard - krachtige schoonheid

Het Friese paard is het enige inlandse paardenras van Nederland, reeds in de 13e eeuw was het Friese type bekend. Door een consequent fokbeleid vertoont het Friese paard zoals we dat nu kennen, nog steeds de specifieke raseigenschappen en daardoor overeenkomsten met zijn verre voorouders. Kenmerkend voor de zwarte parels zijn het front, royale behang, zwarte kleur en ruime, krachtige, verheven gangen. De harmonieuze bouw en het edele hoofd, geplaatst op een lichtgebogen hals, volmaken de luxe en fiere verschijning. Het vriendelijke karakter is de sleutel tot een fijn gebruikspaard.
 

Veelzijdig gebruikspaard

Halverwege vorige eeuw werd het Friese paard voornamelijk gebruikt als trekpaard op de boerenbedrijven. Tegenwoordig worden ze gehouden voor recreatie, fokkerij en sport, vaak ook in combinatie met elkaar. Voornamelijk de dressuursport is zeer populair maar ook zeker in de men- en tuigsport is het Friese paard te vinden. Tussen gebruiksdoel en exterieur bestaat een nauw verband. Het Friese paard heeft zich de laatste decennia steeds meer als sportpaard ontwikkeld, waarbij het in wezen weer terugkomt bij het type van vóór de landbouwperiode toen de Fries een luxe en welgevormd koetspaard was. Door de eigen functionele eigenschappen van het ras kan het zich tegenwoordig tot op het hoogste niveau meten met andere rassen. En natuurlijk heeft de Fries, door haar kenmerkende raseigenschappen, net even meer uitstraling!
 
» Klik hier voor de website van het Belgisch Stamboek van het Friese Paard


17. Haflinger

 Afkomst: Zuid-Tirol (Italië) en Oostenrijk

Van klassiek bergpaardje naar modern multifunctioneel gebruikspaard

De Haflinger is één van de jongste paardenrassen die van oorsprong teruggaat naar Zuid-Tirol (Italië/Oostenrijk).  Dit van oorsprong typische bergpaard draagt bloed van een Arabisch volbloed en een lokaal tiroler-paardje.
 
Het eerste haflingerpaard bleek over sterke erfelijke genen te beschikken waardoor een groep van paarden ontstond met identieke uiterlijke kenmerken. Folie, zoals de hengst in kwestie heette, werd in 1874 geboren en als stamvader en officiële grondlegger erkent van dit nieuwe paardenras. We zijn ondertussen ongeveer 15 generaties verder en het ras heeft zich kunnen ontwikkelen van zeg maar klassiek bergpaardje naar een modern multifunctioneel gebruikspaard.
 
Het ras kende ook een enorme sterke geografische verspreiding : het begon allemaal in centraal Europa, zeg maar tussen het zuiden van Duitsland en het noorden van Italië, maar na WO II werd Europa en de wereld aangetrokken door dit vrij jonge ras.
 
De schofthoogte van dit paard ligt gemiddeld tussen de 1,40 meter tot 1,50 meter. Zijn typische fundamentele voskleur gaande van bleekvos tot koolvos - alle tinten komen aan bod binnen het ras - geaccentueerd door de witte manen en staart.
 
Dit paardenras heeft een uitstekend evenwichtig en temperamentvol karakter, maar gaat bovenal heel eerlijk en aanhankelijk om met de mens. Het is een veelzijdig prestatievaardig paard dat aanleg heeft voor vele disciplines. Door het grote uithoudingsvermogen is het bijzonder inzetbaar voor de sportieve recreatie
 
» Klik hier voor de website van de Belgische Haflingervereniging


18. Highland Pony

 Afkomst: Schotse Hoogland

Zeldzame Schotse trots

Sinds 1993 is de Belgische paardenwereld weer een beetje gegroeid, met de start van het fokken van de Highland Pony. Deze elegante pony’s uit de ruwe Schotse Hooglanden hebben een erg adellijke en trotse uitstraling. Niet voor niets dus, dat de Britse koningin een stoeterij heeft van deze parels. Er zijn echter niet zo veel mensen die kunnen zeggen dat ze een Highland Pony bezitten. Wereldwijd zijn er namelijk slechts 5.000 van te vinden. 
 

Atletisch en leergierig

De Highlandpony is een nobel paard, en dat merk je aan alles. Zowel het atletische uiterlijk, met een harmonische bouw, een strakke huid en droge gewrichten, als het zachtmoedige en leergierige, maar toch erg trotse karakter, geven aan dit paard een erg nobele uitstraling. De kleuren van de Highland pony variëren tussen grijs, zwart, isabel en baai. Ze zijn vrij groot voor pony’s, met een stokmaat tussen 1,32 meter en 1,48 meter. Typisch ook zijn de aalstreep op de rug en de zebrastrepen op de benen. 

» Klik hier voor de website van de Belgian Highland Pony


19. IJslandse Paard

Afkomst: IJsland

Sensibel, gehard en koelbloedig

De geschiedenis van de IJslandse paarden begon rond het jaar 800 toen de Vikingen paarden importeerden in IJsland. Sindsdien is er op het eiland een volledig invoerverbod van eender welk paard op dit eiland. IJsland is een land van extremen en dat valt ook te merken aan de paarden. Ze hebben een groot oriëntatie vermogen, zijn sensibel, intelligent, voorwaarts, koelbloedig en gehard tegen onverwachte gebeurtenissen en elementen van de natuur. Dit in combinatie met hun temperament en hun extra gangen maken de IJslander erg in trek bij de liefhebbers.

 

Gangenpaard

Zoals ieder paard kan het Ijslands paard stappen, draven en galopperen. Hij bezit ook nog twee extra gangen, nl. tölt en telgang. In tölt zet het paard zijn benen neer zoals in stap, maar dan heel wat sneller. Er is altijd één voet aan de grond waardoor de ruiter erg comfortabel in het zadel zit, ook op hoge snelheid. Het paard krijgt dan een trotse houding met ritmisch meedeinende manen en staart. Telgang is de tweede extra gang. Een gang waarbij twee benen aan een kant tegelijk naar voren gaan gevolgd door een zweefmoment, om dan de benen tegelijk aan de andere kant neer te zetten. In deze gang kan de IJslander erg hard gaan. Een trage telgang wordt niet gewaardeerd.


» Klik hier voor de website van het Belgian Studbook Icelandic Horses



20. Irish Cob

 Afkomst: Ierland

Betrouwbaar sprookjespaard

De Irish Cob is een van oorsprong Iers en Engels ras, zoals de naam al doet vermoeden. Het ras kende vermoedelijk zijn ontstaan omstreeks 1500. Zigeuners/Gypsies hadden nood aan een betrouwbaar gezinspaard om hun schitterende woonwagens toe te vertrouwen. De Irish Cob is een opvallende verschijning. De paarden zijn meestal bont. Er bestaan echter ook eenkleurige Irish Cobs. Alle kleuren zijn toegestaan. De lange manen, dikke staart en wapperende sokken zijn eveneens een typerend kenmerk van het ras. Verder zijn ze compact gebouwd, met bij voorkeur een imposante hals, stevig beenwerk en een klein, expressief hoofdje. Vroeger trokken ze het hebben en houden van de zigeuners, inmiddels werden ze ontdekt als het ideale recreatiepaard! Gaande van ongeveer 1m20 tot 1m70 zijn ze bij uitstek geschikt voor elk type ruiter en bovendien zijn ze super veelzijdig, robuust en hebben ze een gouden karakter.

» Klik hier voor de website van de Irish Cob Society België


21. Lipizzaner

 Afkomst: Oostenrijk

Keizerlijke Stoeterij van Lippiza

De Spaanse Rijschool in Wenen zweert bij de prachtige witte Lipizzaner, een nobel ras, dat in 1580 zijn oorsprong vindt. Ze werden voor het eerst gefokt in de Keizerlijke Stoeterij van Lipizza door de aartshertog van Oostenrijk, met als doel de keizer te dienen. De paarden moesten uiteraard erg sterk en werkwillig zijn om in de keizerlijke rijschool getraind te worden en de keizerlijke pracht en praal te kunnen vertonen. Het ras heeft echter een zware en moeilijke geschiedenis achter de rug, vooral tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1945 moest Kommandeur Podhajsky een belangrijk deel van het ras namelijk redden tijdens de luchtaanvallen op Wenen. Hij vluchtte met zeven hengsten en bracht zo het ras in veiligheid. 
 

Niet enkel dressuur

De Lipizzaners staan befaamd om hun werk in de Rijschool, maar zijn ook erg geliefd voor het aangespannen werk. Dankzij hun goede gangen, werkwilligheid, uithoudingsvermogen en wendbaarheid zijn ze namelijk zeer sterk in marathons. Lipizzaners hebben een stokmaat tussen 1,53 en 1,58 meter en zijn rechthoekig en harmonieus gebouwd. Hun edele hoofd is lang en recht, met zachte zwarte ogen en kleine oortjes. Hun stevige hoge nek straalt adel uit. Sommige Lipizzaners hebben een ramsneus. Bijna alle Lipizzaners hebben een witte vacht, maar worden vaak donkerbruin of zwart geboren. Hun witte kleur krijgen ze pas tegen 7 à 8 jaar, wanneer de donkere kleur na verschillende ruiperiodes verdwenen is.
 


22. Mérens

 Afkomst: Ariège, Pyreneeën, Frankrijk

De Zwarte Prins van Ariège

Al van tijdens de prehistorie zijn er sporen terug te vinden van de Mérens, een robuust zwart paard uit de Ariège-vallei in de Pyreneeën.  Dit ras, ook wel “De Zwarte Prins van Ariège” genoemd, werd oorspronkelijk gebruikt als werkpaard voor de land- en bosbouw. Tijdens de jaren ’70 werden paarden minder relevant voor werk op het land, maar dankzij zijn fantastische eigenschappen werd hij toch verder gekweekt door een aantal fervente fokkers.
 

Eerlijk en veelzijdig

De Mérens is een vriendelijk en aandachtig paard, dat ideaal is voor recreatieve ruiters. Deze stevige, zwarte paarden brengen u overal naartoe. De gemiddelde stokmaat ligt tussen de 1,45 en 1,50 meter. Ze hebben een expressief, edel hoofd met erg zachte ogen. Zowel het hoofd, als de nek en de rug van dit paard zijn behoorlijk breed, en hun benen zijn sterk. Het zijn dan ook erg robuuste en compacte dieren.  De Mérens is erg geliefd bij zowel recreatie- als professionele ruiters, vooral voor trektochten, mennen en TREC, maar ook voor dressuur en springen staat dit zwarte paard zijn mannetje.

» Klik hier voor de website van het Belgisch Mérens Stamboek


23. Miniatuurpaard

 Afkomst: Onbekend, door mensen gefokt product

Showpaardjes

Op beurzen kom je ze altijd wel tegen, gezien ze opvallen door hun kleine gestalte. Miniatuurpaardjes zijn namelijk te vinden in alle maten en kleuren. De maximum stokmaat voor deze paardjes is 1,06 meter. Het ras wordt onderverdeeld in twee klassen (maten) : de A klasse (tot 86,50 cm) en de B klasse (van 86,51 tot en met 1,06 cm). Het miniatuurpaard is geen ras op zich, maar een kruising van rassen, waaronder: de Shetland pony, de Falabella, de mini Welsh pony en nog wel enkele andere rassen. Het kleinste paardje ooit gemeten was een miniatuur veulen genaamd Einstein, die het record zette met een stokmaat van amper 36 centimeter. Er zijn nog kleinere paarden geboren, maar deze hadden dwerggroei, wat onwenselijk is en dus niet geregistreerd wordt als record.
 

Wedstrijden op eigen formaat

Door het Belgisch Stamboek van Miniatiuurpaarden (BMP) worden er jaarlijks drie shows en twee keuringen georganiseerd. Door hun kleine gestalte worden de meeste paardjes niet bereden, behalve de grotere klasse, de B klasse, die bereden (uiteraard door kinderen) en aangespannen gaat. Hierdoor heeft men dus een andere manier gevonden om de dieren te trainen en te keuren. De miniatuurpaarden nemen deel aan shows aan de hand, onder meer ook jumping aan de hand. Bij keuringen worden de dieren opgesplitst in twee maten. De dieren kleiner dan 86,50 cm en de dieren groter dan 86,50 cm maar niet groter dan 1,06 meter. Verder is er ook nog de kwestie paard of pony. Volgens hun grootte zijn het pony’s, maar de meeste van deze miniatuurpaarden (op de mini-shetlanders na) worden gefokt om het fenotype (uiterlijk) van een paard te behouden.
 
» Klik hier voor de website van het Stamboek Belgisch Miniatuurpaard


24. New Forest Pony

 Afkomst: Zuid-Engeland

Half-wilde allrounder

De New Forest pony is een vrij groot ponyras uit New Forest in Zuid-Engeland. Een deel van alle New Forest pony’s leeft daar in half-wilde staat, maar ze worden ook in België gefokt. Deze allrounder is namelijk erg geliefd voor zowel recreatie als sport. 
 

Stoere pony

De New Forest heeft een paar typische uiterlijke kenmerken. Ten eerste is hij vrij stevig gebouwd, met een goede achterhand en correcte benen met goede voeten. Het hoofd is niet te groot en de ogen hebben een vriendelijke blik. De New Forest pony bestaat in alle kleuren, behalve bont, en wordt maximaal 1,47m hoog. Deze slimme pony’s zijn het ideale gezelschap voor de actieve ruiter. Ze leren erg makkelijk bij en zijn kindvriendelijk, moedig en eerlijk. Verder hebben ze een fantastisch uithoudingsvermogen en kunnen ze tegen een stootje. Een echte stoere, maar zachtaardige pony! 

» Klik hier voor de website van het Belgian New Forest Pony Studbook


25. Percheron

 Afkomst: Normandië, Frankrijk

Pure kracht

De Percherons zijn zware paarden, met een mogelijk gewicht tot wel één ton. Hun oorsprong is te vinden in de Perche streek in Normandië, waar ze ontstaan zijn uit de mix van verschillende koudbloedrassen en Arabisch bloed. Dit heeft ervoor gezorgd dat de Percheron ondanks zijn gestalte toch een elegante uitstraling heeft. Percherons worden tussen 1,60 en 1,75 meter groot en komen voor in schimmel of zwart. Ze worden vooral als trekpaard gebruikt, maar worden soms ook als rijpaard ingezet.

» Klik hier voor de website van de Koudbloedkoepel


26. Quarter Horse

 Afkomst: Verenigde Staten

Westernpaard bij uitstek

Flexibel, snel en intelligent: de Quarter Horse is uitermate geschikt voor de verschillende westerndisciplines, zoals bijvoorbeeld reining en barrel racing. Deze compacte paarden hebben een erg stevige bouw, wat hen onderscheid van andere warmbloedpaarden. Ze werden dan ook gefokt om een explosieve snelheid te halen. Wist je trouwens dat hun naam komt van de “Quarter Mile”? Dit was namelijk een race met een lengte van een kwart mijl (zo’n 400 meter). Een echte sprint is wat deze dieren voor gemaakt zijn.
 

Een paard met ‘spirit’

De Quarter Horse biedt meer dan enkel zijn fysieke eigenschappen. Deze paarden zijn erg intelligent en leergierig, maar ook positief ingesteld, trouw en vergevingsgezind. Deze combinatie vormt een erg aangenaam karakterpaard dat zich goed leent voor westernsport enerzijds en lange wandelingen anderzijds. Ze komen in zowat alle kleuren voor, behalve bont. De bonte Quarter Horses behoren namelijk tot een ander ras, dat van de Paint Horse. Zij hebben ook een ander stamboek. De Quarter is niet zo groot, met een stokmaat tussen 1,45 meter en 1,63 meter. Een echt maatje voor jong en oud! 

» Klik hier voor de website van de Belgian Quarter Horse Association


27. Shetland Pony

 Afkomst: Shetland Islands, Noord Schotland 

Klein maar dapper

De kleine Shetland pony is door iedereen wel gekend. Ze zijn echter niet altijd de kindervrienden geweest die ze nu zijn. Vroeger waren ze veel meer dan dat. De Shetlander werd door menig boer gebruikt op het veld, gezien ze zo sterk zijn. Ook in de mijnbouw werden Shetlanders gebruikt, om dezelfde reden. Ook hun grootte maakte hen hiervoor uitermate geschikt. Pas na de Tweede Wereldoorlog is de Shetland pony ook een rij- en kinderpony geworden.
 

Ruig gebied, ruige pony

De Shetland pony is afkomstig uit de Shetland eilanden, in Noord Schotland. Dit gebied is echter onherbergzaam voor velen, maar niet voor de Shetlander. Zij zijn tegen alles bestendigd, ook tegen alle weersomstandigheden. Dit toont zich ook wel in hun karakter. De Shetland pony is eigenwijs, maar mits hij zijn trainer of ruiter vertrouwt, wordt hij zelf ook erg betrouwbaar. Een vriendje voor het leven. De Shetland pony wordt tot zo’n 1,07 meter groot. Ze komen in alle kleuren voor, behalve appaloosa.
 
» Klik hier voor de website van het Shetland Studbook België


28. Tinker

 Afkomst:  Ierland

Familievriend van de woonwagenbewoners

Het Tinkerpaard is ontstaan in Ierland, waar het gefokt werd door de woonwagenbewoners, die nood hadden aan een rustig en betrouwbaar, doch sterk paard om hun woonwagens te trekken, maar evengoed om ’s avonds door de kinderen van de families bereden te worden. Het resultaat was het stevige paard dat we vandaag kennen. De Tinker heeft een schofthoogte van 135 tot 170 centimeter hoog en komt vooral voor met een bonte vacht. Ze kunnen soms ook een effen vachtbekleding hebben met witte aftekeningen op het hoofd en de benen, maar dit komt echter zelden voor. Tinkers zijn steeds erg behaard, met lang behang op de benen, volle - soms dubbele - manen en een dikke staart. Sommige Tinkers hebben zelfs een snorretje op hun bovenlip. Ze hebben verder een stevige bouw, maar dit doet geen afbreuk aan hun actieve en vlotte bewegingen. De Tinker wordt vooral ingezet als recreatie- of menpaard, maar kan ook voor dressuur, western of eventueel zelfs springen ingezet worden. Een kalm en eerlijk paard, maar met een eigen willetje en dus niet altijd geschikt voor beginnende ruiters of jonge kinderen.
 

Grai, Cob en Vanner

De Tinker komt voor in 3 types. De Grai Tinker is de fijnst gebouwde van de drie. Deze heeft erg strekkende en krachtige bewegingen en kan goed worden ingezet voor dressuur. De Grai heeft een stokmaat tussen 1,35 en 1,56 meter, maar kan ook groter zijn bij uitzondering. De Cob heeft dezelfde stokmaat, maar is robuuster gebouwd. Dit compacte type heeft een krachtige en functionele beweging. Als laatste is er nog de Vanner, het grootste type van de drie. De Vanners hebben een schofthoogte van 1,56 tot 1,70 meter en een krachtige, duwende beweging. De Cob en de Vanner hebben ook meer beharing dan de Grai. 
 
» Klik hier voor de website van het Tinker Stamboek


29. Vlaams Paard

 Afkomst: Vlaanderen

Levend erfgoed met een woelige geschiedenis

Het Vlaams Paard heeft een lange geschiedenis en grotendeels dezelfde voorouders als die van het Belgisch Trekpaard. Omstreeks 1300 waren de Vlaamse paarden uitermate in trek. Voor de Middeleeuwse ridder was dit paard het ideale strijdros, oersterk en toch behendig. Het kon dus goed de ridder met zijn ijzeren wapenuitrusting torsen en was toch behoorlijk snel en zeer wendbaar. Deze Vlaamse paarden waren een bijzonder gegeerd ex¬portartikel. In de twaalfde eeuw voerden de Engelse koningen Richard Leeuwenhart en Jan Zonder Land massaal Vlaamse paarden in. De zware Engelse rassen werden gevormd door eeuwenlange in-kruisingen door de Vlaamse importhengsten. 
 
Tegen eind 19de eeuw was het middeleeuwse ridderpaard geëvolueerd naar een trekpaard dat gebruikt werd in landbouw en industrie. Voor België vormden deze trekpaarden ook toen een zeer belangrijk exportproduct dat wereldwijd gegeerd was, in het bijzonder ook in Noord-Amerika. Vanaf 1886 en 1887 werden verschillende vrachten Belgische paarden geïmporteerd en verkocht aan paardenfokkers uit Indiana én omliggende staten. Op 25 februari 1887 werd de "American Association of Importers and Breeders of Belgian Draft Horses" opgericht, bestaande uit zestien mede-oprichters afkomstig uit Indiana, Illinois en Missouri. Het Belgian Draft Horse is tot op heden het belangrijkste koudbloedras van Noord-Amerika. De Amish gemeenschap gebruikt deze paarden nog steeds voor al hun landbouwwerkzaamheden. 
 
In België werd het Vlaams Paard opgeslorpt door het Belgisch “Brabants” trekpaard. Dit was echter buiten een aantal onbaatzuchtige en gepassioneerde fokkers gerekend die vanaf 1993 uit Noord- Amerika Belgian Draft Horses importeerden en in 2005 erkenning kregen voor het ras Vlaams Paard. 
 

Vlaamse reus met temperament

Het Vlaams Paard is een koudbloedpaard met een karakter dat zowel erg betrouwbaar en vriendelijk als temperamentvol is. Dit maakt het een aangenaam recreatiepaard, zowel aangespannen als onder het zadel. Het Vlaams Paard heeft slanke, zuivere benen, en is erg wendbaar. Verder heeft dit ras een goed uithoudingsvermogen en een lange levensduur.
 
» Klik hier voor de website van het Vlaams Paard


30. Welsh Pony

Afkomst: Wales 

Sportief in alle maten

De Welsh Pony is gerenommeerd om zijn sportieve prestatie en wordt vaak gekozen als sportpony voor jonge ruiters, maar ook in de aangespannen wereld staat de Welsh Pony & Cob aardig zijn mannetje. Het ras omvat dieren van verschillende maten. De kleinste Welsh pony’s, bekend als de Welsh Mountain Pony, zijn kleiner dan 121,9 centimeter en vallen onder Sectie A. Tussen 121,9 en 137,2 centimeter spreekt men van Sectie B (Welsh Pony) of Sectie C (Welsh Pony Cob) en vanaf 137,2 centimeter gaat het over Sectie D (Welsh Cob). Binnen Sectie D is er geen maximum stokmaat. Elke Sectie heeft zijn eigen kenmerken, zowel uiterlijk als qua fysieke prestaties, maar zijn duidelijk te herkennen als Welsh Pony in het algemeen. De vier hierboven vermelde secties zijn allen raszuivere Welsh Pony’s. De vijfde sectie, de Welsh Part Bred (die minimum 12,50% Welsh bloed moet voeren in zijn aders), kenmerkt zich voornamelijk als sportpony voor volwassenen. De Welsh Pony komt zoals de naam al aangeeft uit Wales en is een oud ras. De Welsh Mountain Pony stamt wellicht af van de Keltische pony uit de prehistorie. 

Ponyachtige uitstraling

De Welsh Pony heeft binnen al zijn secties een echte ponyachtige uitstraling, die Arabische invloeden vertoont door een concave (holle) neuslijn. Dit ras is werkwillig, maar pittig, en dus ideaal voor de sport. Deze pony’s komen in alle kleuren voor, behalve platenbont. Hun kleine hoofd is zeer expressief, met grote, moedige ogen en wijde neusgaten. Sectie D, ofwel de Welsh Cob, stralen kracht en hardheid uit, zonder het ponyachtige te verliezen. 

» Klik hier voor de website van Welsh Belgium


31. Zangersheide

 Afkomst: België 

Het merk “Z”

Zangersheide is het levenswerk van Léon Melchior. In de jaren ’70 begon deze als springstal, en over de jaren heen groeide Zangersheide uit tot stoeterij. In 1992 werd in Lanaken het Studbook Zangersheide officieel opgestart, na reeds decennia lange ervaring met het fokken en trainen van springpaarden. Paarden van Zangersheide, ofwel Z-paarden, zijn internationaal gerenommeerd voor hun excellente bloedlijnen en springtalent. Binnen de stamboekvereniging worden enkel de beste springhengsten erkend als dekhengst. Op deze manier blijft men de kwaliteit van de paarden verhogen en worden meer en meer internationale overwinningen door Z-paarden behaald. Verder doet Zangersheide ook onderzoek naar erfelijkheidsziektes bij paarden, zoals bijvoorbeeld OCD (Osteochondrose Dissecans). Hun innovatieve inzichten maken van hen de trendsetter in de moderne springpaardenfokkerij. Ze maken gebruik van de meest geavanceerde technologieën, technieken en wetenschap, om de Z-paarden steeds te verbeteren.
 

Internationaal begeerd

Zangersheide is wereldwijd bekend, en speelt zijn troeven dan ook globaal uit. Het stamboek is open, en er zijn fokgebieden in Frankrijk, Ierland en zelfs Argentinië. Verder brengen ze ook het Z-Magazine uit in vier talen (Nederlands, Frans, Engels en Duits), wordt er een internationale Z-ranking bijgehouden voor de Z-springpaarden en hebben ze een eigen Europees paspoort. Elk jaar wordt het Z-Festival georganiseerd, waar veulens en jonge paarden (tot 6 jaar) van het Z-merk geshowd en naar waarde beoordeeld worden. De beste dieren worden gekozen voor de Z-Quality Auction. Verder zijn er ook nog kampioenschappen in Deauville (FR) en in Marl (DE).  Het bekendste Z-paard is Ratina Z, geboren op de stoeterij te Lanaken in 1982 en overleden eind 2010. Ze behaalde op twee Olympische Spelen een gouden medaille in de landenwedstrijd en individueel een zilveren medaille, dit naast twee Europese titels, de Wereldbeker en een wereldkampioenschap maakten dat ze bekroond werd als paard van de eeuw.
 
» Klik hier voor de website van Zangersheide