www.paarden.vlaanderen

Geschikte weideafsluitingen voor paarden

 Auteur

Marc Coussement | Landbouwconsulent


Overwegingen bij de keuze van een omheining

De keuze van een geschikte omheining is niet evident. Er komt vanalles bij kijken en naast de wettelijke - en welzijnsoverwegingen, wil het oog ook wat. Landbouwconsulent ing. Marc Coussement geeft in dit dossier meer informatie over deze kwestie. De verschillende opties worden bovendien elk afzonderlijk opgelijst. Ze zijn opgelijst van 'minst aangeraden'  naar 'meest aangeraden'. 

Volgens het Burgerlijk Wetboek art. 1385 is de eigenaar van een dier, of, terwijl hij het in gebruik heeft, degene die zich ervan bedient, aansprakelijk voor de schade die door het dier is veroorzaakt, hetzij het onder zijn bewaring stond, dan wel verdwaald of ontsnapt was.

De eigenaar van een paard is dus aansprakelijk voor de schade die het paard veroorzaakt, ook als het ontsnapt is uit een weide waarin het te grazen werd gezet. De burgerlijke aansprakelijkheid van de eigenaar van paarden is zeer groot. Het is dus van het allergrootste belang dat de weide waarin paarden te grazen worden gezet van een degelijke afsluiting is voorzien.

Daarnaast heeft de eigenaar een belangrijke verantwoordelijkheid naar dierenwelzijn toe. Hij dient er voor te zorgen dat de dieren op een diervriendelijke manier op de weide kunnen vertoeven, zowel naar:
  1. Voeding: Voldoende en kwalitatief gras met een permanente beschikbaarheid van proper drinkwater
  2. Bescherming tegen natuurinvloeden: Bij ongure weersomstandigheden, een schuilhok in de winterperiode - opstallen bij ondergesneeuwde weiden - mogelijkheid om te schuilen, eventueel schaduwplaatsen bij felle zon in de zomerperiode
  3. Bescherming van de dieren zelf: Gevaar voor verwonding door de gebruikte accommodatie – bescherming tegen insecten, voorkomen van voor de dieren specifiek schadelijke planten
Wat de bescherming tegen verwonding van dieren en specifiek paarden betreft, is de afsluiting van de weide, gebruikte paddock en oefenterreinen voor fok- en sportpaarden van zeer groot belang.

Hiernaast is er ook nog het visuele aspect van de constructie. Hiermee bedoelt men de uitstraling die de totale constructie geeft. Een mooie en verzorgde constructie geeft een goed uitzicht naar de omgeving toe. Dit visuele aspect is van zelfsprekend een persoonsgebonden gegeven in tegenstelling tot de andere dimensies. De afweging van het belang van het visuele aspect kan alleen gebeuren na raadpleging van de mening van alle partijen betrokken bij de constructie voor de afsluiting van de percelen.
De aspecten rond dierenwelzijn en functionaliteit kunnen niet ondergeschikt worden aan een persoonsgebonden gegeven, zeker niet van één betrokken partij.

Types weideafsluitingen

Zoals eerder aangehaald is voor de bescherming van de dieren tijdens de graasperiode de afrastering van de weide één van de belangrijkste aandachtspunten.
Omdat elk type diersoort telkens een andere soort bescherming nodig heeft, is het belangrijk te weten welke afsluiting of constructie het beste geschikt is.

We kunnen de afsluitingen in zes belangrijke groepen onderverdelen:
  1. De klassieke weideafsluiting bestaande uit houten, metalen of betonnen paaltjes verbonden met prikkeldraad
  2. De weideafsluiting bestaande uit houten, metalen, betonnen of rubberen palen verbonden met effen draden
  3. De weideafsluiting bestaande uit houten, metalen of betonnen palen verbonden met ursusdraad
  4. De weideafsluiting bestaande uit houten, metalen, betonnen, glasfiber- of rubberpalen verbonden met speciale linten
  5. De weideafsluiting bestaande uit houten palen verbonden met dwarsplanken
  6. Aanplanting van bomen en struiken

Deze zes types worden nader toegelicht in het vervolg van dit online dossier.

1. Prikkeldraad

Klassieke weideafsluiting bestaande uit houten, metalen of betonnen paaltjes verbonden met prikkeldraad

In Vlaanderen zien we heel wat weideafsluitingen met prikkeldraad die meestal gebruikt worden voor runderen. Eén of meerdere draden worden eventueel onder elektrische spanning geplaatst door middel van een doorlopende stroom of stroomstoten. Hiervoor gebruikt men een speciaal uitgerust toestel (bekend onder de schrikdraadapparaten), dat werkt op netspanning, batterijen of op zonne-energie (zie verder - "Effen draden").
De weidepalen zijn meestal klein, geschikt voor runderen, maar helemaal niet voor paarden.


 





 

 
Foto 3: Prikkeldraad met alternerende torsie met om de 10cm vierpuntsprikkels


Deze afsluitingen zijn ten zeerste uit den boze voor weiden waarop paarden worden gehouden. Paarden reiken heel graag over de afsluiting of onder de afsluitingsdraden. Prikkeldraad kan er dus voor zorgen dat paarden hun vacht gaan beschadigen door de op de draad aangebrachte prikkels. Bevestig ook geen prikkeldraad rond bomen of struiken om ze te beschermen. Hieraan kunnen de paarden zich gaan schuren met kwetsuren tot gevolg. Paarden hebben bovendien de natuurlijke drang om zich te wentelen en om, indien ze bijvoorbeeld gestoken worden door insecten, met de achterbenen gaan trappen. Indien dit gebeurt nabij een dergelijke afsluiting is het dierenleed niet te overzien. Ze rusten trouwens ook heel vaak in de hoeken van de weide of tegen een afsluiting.
 
Dierenartsen bevestigen dat er ieder jaar nog heel wat paarden gehecht moeten worden met kleinere tot heel zware vleeswonden ontstaan uit kwetsuren door prikkeldraad.  Het gebeurt zelfs dat paarden afgemaakt moeten worden omdat ze hun spronggewricht bijna volledig hebben doorgetrokken. Daarom zijn dierenartsen het dan ook eens dat dergelijke omheiningen niet in voor paardenweiden gebruikt mogen worden.
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
PAARDEN NIET MEER ACHTER PRIKKELDRAAD

DEN HAAG - Paarden mogen straks alleen nog grazen in weilanden zonder prikkeldraad.”
Kamer wil af van prikkeldraad rond paardenwei – Zaterdag 18 april 2009

Prikkeldraad rond stukken land waar paarden worden gehouden, moet stap voor stap verdwijnen. Na aandringen van de Tweede Kamer wil nu ook minister Gerda Verburg (Landbouw) dat het draad waaraan de dieren zich kunnen verwonden, plaatsmaakt voor passende alternatieven.
Verburg zei donderdag in de Kamer dat ze van de Sectorraad Paarden voorstellen verwacht om het prikkeldraad te vervangen door omgevingsvriendelijke en in het landschap passende alternatieven. ,,En anders breng ik ze wel op het idee'', stelde ze. De sectorraad heeft tot 1 augustus om met een actieplan te komen.

 

Nederlands Dagblad, 13 januari 2009


Milieuvriendelijk zijn deze prikkeldraden ook niet. Ze zijn onderhevig aan corrosie, waardoor de beschermende laag gaat verdwijnen en de draden roestig worden. De draden breken dan veel vlugger af. Een prik zal heel vlug leiden tot de ideale besmettingshaard voor tetanus. Bij runderen zijn zelfs ijzerresten aangetroffen in de pens. Er gaan stemmen op dat deze afsluitingen, zeker voor paarden, zouden moeten verboden worden.
Worden de draden laag tegen de grond aangebracht om een nabeweiding met schapen toe te laten dan zien we plukken wol aan de draden hangen. Visueel kan dit als negatief voor de afsluiting worden beschouwd. De oormerken van schapen worden sneller gescheurd of zelfs helemaal uit de oren van de schapen getrokken.

Een geregelde (zeker maandelijkse) controle van de afsluiting en de elektrische stroomvoorziening met een daarbij horende aanpassing van de kortsluitingen via de isolatoren is noodzakelijk.



2. Ursusdraad

Weideafsluiting bestaande uit houten, metalen of betonnen palen verbonden met ursusdraad

De gebruikte weidepalen

Voor deze omheiningen kan gebruik gemaakt worden van een groot aantal verschillende weidepalen. Hieronder volgt een opsomming:

Buiten gebruik gestelde eiken dwarsliggers van spoorwegen:
Ongespleten, behandeld met een product om de leefbaarheid te verlengen: Deze palen zijn meestal zeer gaaf en kunnen weinig verwondingen aan paarden veroorzaken. Gezien de kostprijs nogal oploopt, worden zij echter soms in twee gekliefd. De gesplitste palen zijn dan niet meer gaaf en betekenen een reëel gevaar (harde splinters) voor kwetsuren.
Gezien het gewicht van de palen, laat u ze best met een kraan in de grond duwen. Met een ervaren kraanman wordt de menselijke arbeid en het risico op kwetsuren voor de arbeiders tot een minimum herleid.
De levensduur van deze palen kan 25 jaar en meer bedragen. Gezien ze erg hard zijn, moeten de gaten voor het plaatsen van isolatoren voorgeboord worden.
Positief is echter dat deze afsluitingen erg robuust zijn.

Vierkante of ronde, al of niet gefreesde, gedrenkte of onder stoom behandelde palen:
Naast hardhout zoals eik, acacia of kastanje, worden voor deze palen ook zachtere houtsoorten zoals den gebruikt. Ecologisch gezien kan u beter een hardere of duurzamere houtsoort gebruiken. De palen kunnen bovenaan afgerond of schuin zijn. Dit voorkomt dat regen en vocht ze snel van boven uit doen rotten.

Rubberen palen (zie foto rechts): Dit is een recyclageproduct dat door zijn beperkte stabiliteit praktisch niet gebruikt wordt. De palen hebben wel een grote soepelheid.

Metalen palen worden als weideafsluiting nog weinig gebruikt. Heel dikwijls zijn de palen behandeld tegen roest en van een beschermende laag voorzien. Deze palen worden vooral aangewend voor de omheiing van huizen en tuinen en bij afsluitingen van industriële en sportterreinen. Ze worden dan vaak gebruikt in combinatie met fijne gaasdraad met hoogtes van 2,5 m en meer. De palen zijn meestal niet zwaar genoeg en minder geschikt voor het bevestigen van ursusdraad.

Betonnen palen: Deze werden vroeger meer gebruikt dan nu het geval is. Ze zijn zwaar en vragen voldoende kennis voor het plaatsen. Meestal beschikt men niet over de geschikte hulpmiddelen om de palen op een efficiënte en stabiele manier te bevestigen. Ook treedt na verloop van tijd betonrot op. Het betonijzer kan dan bloot komen liggen en vormt op die manier een reëel gevaar.
De meeste betonnen palen worden voorzien van kleine opening dwars door de paal om de draden van de afsluiting aan te bevestigen. Betonnen palen zijn, bij duwen of stoten, heel breekbaar.
Bekijken we deze palen vanuit ecologisch standpunt, dan moeten we besluiten dat ze niet afbreekbaar zijn en de betonbrokjes blijven meestal ter plaatse liggen.
 

De gebruikte draad

Voor deze omheiningen maakt men gebruik van vierkant gaas, waarvan de uitvoering als lichte of zware ursus wordt bestempeld naargelang de diameter van de draden waarmee het is vervaardigd (van 1,9 tot 3mm). Het aantal horizontale draden verschilt naar de hoogte van de draad en varieert van 10 tot 15 draden. De afstand tussen de draden is onderaan meestal kleiner dan bovenaan.
De afstand tussen de verticale draden bedraagt bij de zware uitvoering 15cm. Bij de zware uitvoering zijn de draden geknoopt, bij de lichtere uitvoering gedraaid. Voor paarden gebruiken we best de zware ursus met een hoogte van minstens 1,20m. De draden zijn meestal verzinkt of gegalvaniseerd. Ze worden geleverd op rollen van 50 meter.

 

 


De plaatsing van Ursusdraad is niet eenvoudig. U kan best eerst de draad langs één zijde aan een stabiele paal met steunpaal bevestigen. Het andere uiteinde van de draad spant u daarna op tussen twee houten latten of blokken. U kan spanning op de draad zetten met behulp van een takel, vastgemaakt aan een andere stabiel element (houten of betonnen paal). Vervolgens maakt u de draad met krammen of binddraad vast aan de weidepalen.
De afsluiting wordt best ± 10cm boven de grond geplaatst om de onderste draden beter te beschermen tegen roest en om het gras onder de draad te kunnen maaien. Op deze wijze voorkom je stroomverlies via het tegen de elektrische draad aangroeiende gras of onkruid.
Het is noodzakelijk om op 10cm boven de gaasdraad en op ongeveer 50cm boven de grond een extra draad te voorzien met elektrische stroom.
 
Hoewel deze omheiningen al meer geschikt zijn voor paarden dan een aflsuiting met prikkeldraad, vormt deze toch een risico. Zoals eerder gemeld gaan paarden zich geregeld wentelen. Wanneer het paard tijdens het wentelen met de benen in de draad terecht komt, blijft het vast te liggen in de mazen van de draad. Pas na heel veel beweging met het lichaam en het krachtig slaan met de benen kan het paard uit het gaas geraken. Ernstige beschadiging aan de huid en pezen zijn heel dikwijls het gevolg.
Paarden met een hoefbeslag die aan de rand van de weide gaan krabben met de voorbenen trekken heel gemakkelijk de hoefijzers af aan de ursusdraad. Scheuren in de hoorn kunnen ervoor zorgen dat het opnieuw onmiddellijk opleggen van het hoefijzer bijna onmogelijk wordt.

Wanneer schapen tussen de paarden worden gehouden of schapen als na begrazing worden ingezet stellen we vast dat zij soms gaan schuren tegen de ursusdraad, hun kop door de mazen van de draad steken en met hunvolle gewicht ertegen gaan leunen om het laatste sprietje gras, juist buiten hun bereik, te bemachtigen. Soms voelen ze zelfs de elektrische stroomstoten niet. Gevolg: De schapen verliezen hun identificatieoornummers doordat ze uit hun oren scheuren (opgepast voor paarden- en schapenhouders die beschikken over bedrijfstoeslagrechten met betrekking tot de randvoorwaarden). Hierdoor kunnen letsels ontstaan en wordt het opnieuw plaatsen van de nummers (en zeker bij herhaling) misschien zelfs onmogelijk.  
Schapen kunnen ook in de omheining klem komen zitten met hun wol. Ze kunnen dan de draad helemaal scheef trekken en plukken wol achterlaten, zodat de eens zo mooi gespannen draad, na verloop van tijd gaat lijken op een stuk industriële archeologie uit een textielfabriek waar in een duister verleden truien werden versneden. Sommige schapenhouders zijn reeds afgestapt van de zware ursus voor schapen en gebruiken de tuindraden met kleine mazen. Deze draad is voor paarden echter helemaal niet geschikt.

Ten slotte geven we nog dit mee:

 



3. Effen draden

Weideafsluiting bestaande uit houten, metalen, betonnen of rubberen palen verbonden met effen draden

Bij deze omheiningen worden draden, ofwel via de isolatoren, of met metalen krammen, aan palen bevestigd. De palen kunnen ook hier bijvoorbeeld van hout, metaal, beton, rubber of glasfiber zijn (zie eerder). De meest verkochte draden voor deze afsluiting zijn aluminium- of staaldraden, eventueel verzinkt om de levensduur van de draad te verlengen.

Opgelet: Het is noodzakelijk om hierbij een bijkomende elektrische afsluiting te voorzien. Deze omheiningen moeten bovendien wekelijks gecontroleerd worden.


 

 

 
  1. Aluminiumdraad       
  2. Verzinkte staaldraad
  3. Schrikdraadapparaat op netspanning
  4. Schrikdraadapparaat met batterij
  5. Opladen van de batterij met zonne-energie


 

 


Sommige van deze draadsoorten zijn heel soepel en gemakkelijk aan te brengen. Er zijn ook geen elementen aanwezig die de paarden kunnen prikken. 
Het grote nadeel is dan weer dat de zichtbaarheid van de draden voor de paarden zeer beperkt is en ze niet, of heel moeilijk, breken, ook bij voortdurende torsie of draaiing.
De kans is reëel dat op hol geslagen of zich uitlevende paarden de afsluiting te laat opmerken en er doorheen rennen. Indien een paard verstrikt geraakt in dergelijke draad en daarbij panikeert, kan de aangebrachte ravage enorm zijn, zowel voor het dier als voor de rest van de weideafsluiting en zelfs eventueel voor derden.

De visuele impact van dergelijke afsluitingen is wel kleiner en werkt lichter in op de omgeving. Dit is, zoals eerder vermeld, echter des te gevaarlijker voor de paarden.

Opgelet: Wil u schapen houden tussen de paarden of een nabegrazing toepassen, dan is ook een bijkomende omheining met lichte gaasdraad onderaan de afsluiting aangewezen. Dit vormt echter opnieuw een probleem voor paarden die in de omgeving van de afsluiting met de voorbenen gaan krabben en zo in de gaasdraad terecht komen.



4. Linten

Weideafsluiting bestaande uit houten-, metalen, betonnen, glasfiber- of rubberpalen verbonden met speciale linten

In dit geval worden de paaltypes die we eerder besproken verbonden met draden, koorden of linten voorzien van geleiders (roestvrijstalen en/of lichtmetalen draden).

De draden en koorden zijn verkrijgbaar in verschillende dikten en kleuren (wit, zwart, oranje en reflecterend).
 

De linten kan u dan weer aankopen in verschillende breedtes (van 20mm tot 150mm) en ze zijn eveneens verkrijgbaar in verschillende kleuren (wit, zwart, groen en diverse kleurencombinaties). Deze linten zouden ongevoelig zijn voor UV-stralen. De zichtbaarheid is veel groter dan bij de gewone effen draden. Voor het bevestigen van de linten wordt gebruik gemaakt van de door de fabrikant voorziene toebehoren.


De opspanning van draden en linten blijkt een probleem te zijn, vooral bij regelmatige regen- en windbuien. Om de windgevoeligheid te verbeteren, is bij sommige linten een open weefselstructuur toegepast (zie foto rechts).
Als tijdelijke afsluiting is dergelijke afrastering goedbruikbaar. Voor permanente omheiningen kan u beter een ander type kiezen.

In bepaalde natuurgebieden waar milieugroeperingen de weiden beheren is het gebruik van deze linten niet toegestaan. Zij verstoren het landschap en worden beschouwd als vreemde elementen in de natuur.



5. Houten omheiningen

Weideaflsuiting bestaande uit houten palen verbonden met dwarsbalken


Bij deze omheinigen worden houten palen, meestal gedrenkt of onder stoom behandeld, verbonden met 2 tot 4 houten planken. Ook de toegangspoorten worden in hout uitgevoerd. Dit is dus een totaalproduct dat uit de natuur komt en opnieuw in de natuur- of landbouwgebieden kan geïntegreerd worden.
Voor de palen gebruikt men volledige treinbiels of, voor een lichter ogende uitvoering, vierkante of rond gefreesde palen. Meestal worden duurzame houtsoorten gebruik zoals eik, kastanje of acacia. Ze zijn ook  bovenaan schuin of puntig afgewerkt om de langleefbaarheid in de hand te werken. Met treinbiels kan u misschien wel de meest robuuste afsluiting maken, maar deze zal eerder negatief op het landschap wegen.
Het gebruikte hout is meestal erg hard of heeft een bijkomende behandeling ondergaan, opdat de paarden er niet zouden gaan bijten.
Om te voorkomen dat paarden zich tegen de afsluiting gaan schuren, is het wel noodzakelijk zowel bovenaan als onderaan een aluminium-, staaldraad of koord aan te brengen en te verbinden met een schrikdraadapparaat. Verder zijn deze omheiningen natuurlijk ook sterk genoeg en goed zichtbaar voor paarden. Het risico op kwetsures is bovendien aanzienlijk lager dan bij de andere afsluitingstypes.
Gezien het beperkte gewicht en het weinige materiaal dat nodig is voor de plaatsing, kan iedereen die maar een beetje handig is de afsluiting zelf plaatsen. De palen en planken zouden volgens de meeste fabrikanten geen verder onderhoud vergen.

Kortom: Houten omheiningen zijn ideaal voor paarden. Ze passen ook mooi in het landschap.

BewarenBewarenBewarenBewarenBewarenBewaren

7. Besluit en auteur

Besluit

Dierenartsen, gespecialiseerde paardenfokkerijen en sportstallen zien afsluitingen uit houten palen verbonden met dwarsplanken en voorzien van enkele elektrische schrikdraden als de meest geschikte afsluiting voor fok- en sport- of recreatiepaarden. Dit na afweging van de verschillende aspecten zijnde: diervriendelijkheid, economische gevolgen, ecologie en het visuele. Zij zijn heel goed te integreren zowel in natuur- als in landschappelijk waardevolle agrarische gebieden.

In de praktijk zien we dat zowel in het binnenland als in het buitenland deze afsluitingen verkozen worden boven elke andere afsluiting.

 

Auteur

Ing. Marc COUSSEMENT, landbouwconsulent
Overname van deze informatie is mogelijk en zelfs gratis mits voorafgaandelijke toelating van PaardenPunt Vlaanderen en vermelding van de bron (Ing. Marc COUSSEMENT, landbouwconsulent). Dit recht op overname slaat niet op de foto's, waarvoor in ieder geval het auteursrecht van de fotografen gerespecteerd moet worden.

 

 

Foto's

© Marc Coussement en PhotoXpress