Afkomst: België
Kroonjuweel van het Belgisch levend erfgoed
De “Sociëteit van het Belgisch Trekpaard” werd opgericht in 1886 teneinde de fokkerij van de toen reeds wereldvermaarde Belgische Trekpaarden te uniformiseren, te organiseren en te promoten. De geschiedenis van onze trekpaarden gaat echter veel verder terug. Reeds tijdens de Romeinse bezetting werden niet alleen de Belgen als dappersten aller Galliërs genoemd en geroemd, maar ook de “Belgische” paarden. Keizer Nero had er een vierspan van. In de middeleeuwen evolueerde het naar een ridderpaard, geschikt om een geharnaste ridder met een totaalgewicht van ruim 200 kg., op het strijdveld te torsen. Ook toen al werd het uitgevoerd naar alle windstreken en kreeg het invloed op onder andere de Engelse Koudbloedrassen. Daarna evolueerde het tot “trekpaard” en werd het gebruikt om zware werktuigen en voorwerpen te trekken in de landbouw, de bosbouw, de mijnen, de havens, het transport, ... Ze trokken niet alleen landbouwwerktuigen en bomen, maar ook (post)koetsen en schepen. Vanaf de onafhankelijkheid van België werd met succes ingezet op de fokkerij van kwaliteitspaarden en dit door het invoeren van de verplichte hengstenkeuring en het toekennen van premies voor een jaarlijks budget van 30.000 F. in goud, verdeeld over de toen nog 9 provincies. Terwijl de postkoetsen aan belang verloren en in 1835 de aanleg van de spoorweg begon, zorgde de landbouw voor de heropleving van de Belgische paardenfokkerij door zijn vraag naar sterke paarden voor de akkerbouw. Het Belgisch Trekpaard was en is een “gesloten” fokkerij van een “zuiver” ras dat gefokt wordt voor zichzelf en verbeterd door zichzelf, dus zonder inkruising van andere rassen. Op de eind 19de, begin 20ste eeuw georganiseerde wereldkampioenschappen haalden Belgische trekpaarden keer op keer de bovenhand. Zo werd de befaamde hengst Brillant in 1878 wereldkampioen te Parijs. Eind 19de eeuw werd het Belgisch Trekpaard alom beschouwd als beste trekpaard ter wereld en ontstond er een wereldwijde en bloeiende handel in.
Met de oprichting van het stamboek evolueerde het Belgisch Trekpaard naar een uniform type, waarbij de stoeterijen in het (intussen Vlaams-)Brabantse Vollezele (Galmaarden), een belangrijke rol speelden als “smeltkroes”. De drie grote bloedlijnen: de dikken van de Dender, de grijzen van Nijvel en Henegouwen en de Colossen van de Méhaigne versmolten tot het “Belgisch” Trekpaard, in de volksmond ook wel “Brabants” trekpaard genoemd, gezien die versmelting tot één uniform type voornamelijk in die provincie gebeurde. Daarbij was de in Grimmingen (Geraardsbergen) in 1863 geboren hengst Gugusse, later Orange I genoemd, van groot belang als stamvader. Vandaar dat Grimmingen aanspraak maakt op de titel “bakermat” van het Belgisch Trekpaard. Na de tweede wereldoorlog evolueerde het Belgisch Trekpaard naar een zwaarder, sterk gespierd type, waarbij de in 1916 geboren stamvader Albion d’Hor en zijn nakomelingen hun stempel drukten en daarbij ook hun bruinschimmelkleur dominant meegaven.
Tijdens het interbellum vormde de export van Belgische Trekpaarden ons belangrijkste exportproduct, belangrijker dan kolen en staal samen. Door de industrialisatie ontstond er een enorme en wereldwijde vraag naar de zware Belgische paarden voor de aanleg van spoorwegen, havens enz. De handel in trekpaarden kende een glorieperiode met een jaarlijkse omzet van 50 miljoen goudfranken per jaar en een jaarlijkse uitvoer van 30 tot 35.000 trekpaarden over de hele wereld. Het Belgisch Trekpaard trok letterlijk en figuurlijk onze economie.
In 1950 waren er nog ongeveer 200.000 trekpaarden in België, doch door de motorisering na de Tweede Wereldoorlog werd het trekpaard stilaan verdrongen. Momenteel zijn er in België nog een 10.000 Belgische Trekpaarden en jaarlijks worden er een 800 veulens geboren. Met de steun van de Vlaamse, Waalse en ook provinciale overheden wordt dit ras in stand gehouden en evolueert het naar een gewaardeerd recreatiepaard.
Moeder van de koudbloedrassen
De genen van ons Belgisch Trekpaard zijn verspreid over de ganse wereld en hebben de neiging zich aan te passen aan het lokale klimaat, zodat het elders, al naargelang de omstandigheden en de selectie, kleiner en fijner (bv. de Deutsche Kaltblud in Duitsland) of juist hoger en smaller wordt (bv. het Belgian Draft Horse in Noord-Amerika). Het Belgisch trekpaard vormt de ‘motherbreed’ van de andere zware koudbloedrassen met invloed sedert de middeleeuwen op trekpaardenrassen over de hele wereld, in het bijzonder ook op de Franse en Engelse koudbloedrassen. Het is als dusdanig een basis waarnaar door die andere rassen teruggegrepen kan worden om ze te revitaliseren, zoals in de warmbloedfokkerij teruggegrepen wordt naar de volbloed. Het Belgisch trekpaard is als het ware de volbloed onder de koudbloeden.
Nu nog zijn er belangrijke fokkerijen in onder andere Nederland (Nederlands Trekpaard), Duitsland (Deutsche Kaltblut), Denemarken, Frankrijk (Trait du Nord en Auxois) en ook in Noord-Amerika (Belgian Draft Horse). Het Belgian Draft Horse is vandaag het grootste koudbloedstamboek ter wereld. De in het - ook al Vlaams-Brabantse – Halle in 1910 geboren hengst Farceur is de grote stamvader van dat Belgian Draft Horse.
Raskenmerken - toonbeeld van machtige elegantie - kleurverscheidenheid
Het Belgisch trekpaard wordt gekenmerkt door een sterk en grof geraamte, een zware en krachtige spierontwikkeling, een vrij grote gestalte en een rustig maar toch vinnig temperament. Het ideale type wordt beschreven in de rasstandaard.
Er zijn paardenrassen die sneller zijn, doch geen ander ras beschikt over dezelfde harmonische combinatie van kracht, macht, adel en elegantie. Dit maakt het tot een unicum onder de zware koudbloeden.
Uniek is ook dat het Belgisch Trekpaard erkend wordt in 7 kleuren: de drie basiskleuren bruin, zwart en vos, de onveranderlijke schimmelvarianten daarvan: bruinschimmel (rouan), zwartschimmel (blauw) en vosschimmel (aubère) en daarnaast zeldzaam, maar nog steeds voorkomend, de veranderlijke schimmel (appelschimmel).
Bij de opstart van het stamboek in 1886 waren de meeste trekpaarden bruin of vos. Pas na de eerste wereldoorlog kwamen de bruinschimmels in opmars met de kampioen van 1923 en grote stamvader Albion d'Hor, die zijn stempel drukte op de fokkerij, zowel in kleur als in type.
Sedert het laatste decennium van de 20ste eeuw zijn de andere kleuren weer in opmars. Er wordt veel aandacht besteed aan de kleurverscheidenheid van het Belgisch Trekpaard en het behoud van àlle kleuren. Vooral in de recreatie geeft men vaak de voorkeur aan effen kleuren en appelschimmel.
Multifunctionele krachtpatser en toeristische publiekstrekker
Het Belgisch trekpaard is multifunctioneel. Zijn soepele, krachtige en ruime bewegingen, zowel in stap, draf als galop, gecombineerd met zijn legendarisch rustig en zachtaardig karakter maken het tot een paard dat uitstekend geschikt is voor gebruik als trekpaard in de landbouw en de bosbouw, als productiepaard in paardenmelkerijen maar ook als recreatiepaard, zowel aangespannen als bereden.
Door zijn robuuste gestel is het Belgisch trekpaard perfect aangepast aan onze klimaat- en bodemgesteldheid.
Het Belgisch trekpaard blijft het sterkste van alle paardenrassen ter wereld. De paarden werden vroeger enkel gebruikt als werkpaard maar nu - mede dankzij hun kleurverscheidenheid en gouden karakter – worden ze meer en meer gebruikt in de recreatie en ook voor begrazing in natuurgebieden.
Op jaarmarkten, prijskampen, stoeten, processies, oogstfeesten en landbouwbeurzen blijft het de publiekslieveling nummer één. De garnaalvissers te paard werden met hun Belgische trekpaarden zelfs bekroond tot Unesco-werelderfgoed.
Zowel in trek- en menwedstrijden als bij andere demonstraties blijkt dat ons huidig Belgisch trekpaard niets verloren heeft van de atletische kwaliteiten van zijn voorouders.
Voor meer info, zie de website van de vzw Koninklijke Maatschappij het Belgisch Trekpaard: