// De verpaarding van Vlaanderen: probleem of uitdaging?

‘Verpaarding’ is een term die gelanceerd werd in de ruimtelijke ordening om een ‘probleem’ van oneigen gebruik aan te duiden. Dit prachtig woord werd al in 2007 in Van Dale opgenomen: 'Vervanging van de traditionele veeteelt in een oorspronkelijk agrarisch gebied door recreatieve paardenhouderij'. Waar op 10 jaar tijd ruim 35.000 hectare landbouwgrond ingenomen werd door paarden, kan niet ontkend worden dat de verpaarding van Vlaanderen een feit is.

 
Vandaag blijkt die paardensector niet alleen recreatief en sportief zeer belangrijk maar ook economisch, zodat aan het begrip ‘verpaarding’ naast de negatieve connotatie wegens de inname van grond, ook een positieve connotatie gehecht wordt. De Vlaamse Paardenhouderij is uitgegroeid tot een performante bedrijfstak die significant bijdraagt aan de Vlaamse economie. Dit terwijl klassieke landbouwactiviteiten als melkveehouderij en varkens het zeer moeilijk hebben. Nogal wat klassieke landbouwbedrijven evolueren hierdoor naar de paardensector: pensionstal, fokkerij of africhtingsstal, als nevenactiviteit of ze gaan volledig over naar de paarden.
 
De vraag dringt zich dan ook op of de ‘verpaarding van Vlaanderen’ niet zozeer een ‘probleem’ is dan wel een uitdaging en opportuniteit, of om het te zeggen met de woorden van een klassieke landbouwer die deels omschakelde naar een pensionstal/paardenfokkerij: 

‘Zonder paarden zou ik niet eens meer kunnen boeren.’


» Volgende pagina

1. De paardensector: een economisch succes

Maar liefst 265.000 paarden staan geregistreerd in België, waarvan ruim 200.000 in Vlaanderen. Een onderzoek door het Departement Landbouw en Visserij toont aan de Vlaamse paardensector minstens 800 miljoen euro omzet genereert en 2.700 voltijds tewerkgestelden
 
De handel in paarden is vandaag de dag opnieuw van groot economisch belang voor ons land. Toppaarden gaan hier over de ‘toonbank’ voor € 1 tot 10 miljoen! Vroeger gingen wij naar het buitenland, nu komt het buitenland zijn toppaarden bij ons kopen: Duitsers, Engelsen, Fransen, Canadezen, Brazilianen, Chinezen, Arabieren en de hele wereld. Niet te verwonderen dat onze Belgische jumpingpaarden in Londen met hun 5 Olympische medailles er meer naar huis brachten dan onze atleten. Ook de rensport, die op sterven na dood was, leeft weer op. Paarden fokken en opfokken zit in onze genen en die kennis wordt van generatie op generatie overgedragen. Maar België kent niet alleen top fokkers, opfokkers, africhters, ruiters en jockeys, ook onze hoefsmeden, dierenartsen en zelfs ons klimaat en de bodem zijn van topkwaliteit voor de paarden. België is ook voorloper op innovatief vlak, waardoor we aan de wereldtop staan, met wetenschappelijke kennis rond embryotransplantatie en klonen. Het is duidelijk dat België aan de Europese top staat van de paardensector.

» Volgende pagina

2. Paarden, ook vroeger economisch belangrijk

Het aantal paarden dat we nu in België hebben is ongeveer gelijk met dat van de glorieperiode van het Belgisch Trekpaard. Tijdens het interbellum vormde de export van paarden ons belangrijkste exportproduct, belangrijker dan kolen en staal samen. De Belgische trekpaarden vormden een belangrijke productiefactor, niet alleen in de landbouw, maar ook in de industrie en het transport in het algemeen. Door de industrialisatie ontstond er een enorme en wereldwijde vraag naar de zware Belgische paarden voor de aanleg van spoorwegen, havens enz. De handel in trekpaarden kende een glorieperiode met een jaarlijkse omzet van 50 miljoen goudfranken per jaar en een jaarlijkse uitvoer van 30 tot 35.000 trekpaarden over de hele wereld. Het Belgisch Trekpaard trok letterlijk en figuurlijk onze economie. Nu gaat het hoofdzakelijk om sport- en recreatiepaarden. Maar ook die blijken onze economie te trekken...

» Volgende pagina

3. Paardenhouderij en landbouw

De paardenhouderij wordt nogal eens als concurrent beschouwd door de klassieke landbouw. Terecht of niet? Men kan de paardenhouderij als een bedreiging zien maar ook als uitdaging en opportuniteit, met de paardenhouderij als onderdeel van de landbouw, naast onder andere de akkerbouw, de melkveehouderij en de varkenshouderij. De landbouwadministratie maakte in 2011 reeds een beoordelingskader op voor haar eigen adviezen voor stedenbouwkundige aanvragen in landbouwzone en dit in relatie tot de verpaardingsproblematiek in de ruimtelijke ordening. Daarbij worden enkele zaken aanvaard als zuivere landbouw, een aantal als verwant aan landbouw en een aantal als geen landbouw (vooral recreatie). Bij de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning in landbouwgebied, moet steeds het advies van de landbouwadministratie gevraagd worden. De gemeente is echter niet verplicht dit ‘niet bindend” advies te volgen.
 
Als zuivere landbouwactiviteit worden beschouwd: paardenfokkerij, opfokstal, africhtingsstal, hengstenhouderij en paardenmelkerij. Dergelijke activiteiten kunnen als nieuwe inplanting, mits zij professioneel zijn (in hoofdactiviteit en een aanzienlijk inkomen genereren van meer dan € 25.000 bruto). Het realiseren van een meerwaarde bij een dier is een landbouwactiviteit en dat hoeft niet enkel om voedselproductie te gaan en het is ook geen vereiste dat men eigenaar is van de paarden. Dat landbouw zuiver om voedselproductie gaat is intussen immers lang achterhaald. Denk maar aan de aanplant van koolzaad voor energie. De landbouwproducent is ook niet altijd de fokker en zelfs niet de eigenaar van de dieren, denk maar aan varkensmesterijen waar de varkens niet gefokt worden door de vetmester en vaak zelfs eigendom zijn van meelfabrieken…
 
Landbouwverwante activiteiten zijn hippotherapie, paardenpension, centrum voor voortplantingstechnieken en geboortebegeleidingscentra. Dergelijke activiteiten zijn ook toegelaten in landbouwgebied, maar niet als nieuwe inplanting. Daarnaast zijn er ook paardenhandelsstallen, een bedrijf dat paarden aankoopt en verkoopt. Deze worden niet beschouwd als aan landbouw verwant, maar kunnen wel in bestaande inplantingen en bijgevolg een antwoord bieden op de uitdaging om gedesaffecteerde landbouwbedrijven een nieuwe bestemming te geven. In de realiteit zijn paardenbedrijven een verwevenheid van vele onderdelen: veelal beoefent men op één bedrijf verschillende onderdelen van de paardenhouderij: fokkerij, africhting, pensionstal, ... De verbreding naar hoevetoerisme, waarbij geen nadruk ligt op publieke horeca-activiteiten, maar zich beperkt tot logeergasten, kan in agrarisch gebied zolang dit maximaal 40% van het bouwvolume inneemt en maximaal 8 verblijfsgelegenheden voorziet. Ook de verbreding hoeveverkoop voor eigen melk is toegelaten. Voor maneges en paardentherapie is een functiewijziging mogelijk. Maar maneges met horeca en hippische centra zijn niet toegelaten in agrarisch gebied.
 
Ondanks deze richtlijnen voor advies, blijkt dit In de praktijk niet altijd even vlot te lopen en kan zelfs gesproken worden van rechtsonzekerheid. PaardenPunt Vlaanderen krijgt regelmatig vragen rond dergelijke stedenbouwkundige vergunningen. 
 

Het bouwen van stallen (of niet vrijgestelde schuilhokken) voor hobbydoeleinden in agrarisch gebied werd tot voor kort afgetoetst aan de omzendbrief RO/2002/01. Meerdere arresten van de Raad van State en de Raad voor Vergunningsbetwistingen hebben geoordeeld dat het houden van paarden voor hobbydoeleinden strijdig is met de bestemming ‘agrarisch gebied’. Dit stelt zware problemen voor de vergunbaarheid van nieuwe stallen voor het niet-professioneel houden van paarden in agrarisch gebied, zelfs al wordt aan deze omzendbrief voldaan. Zie bijvoorbeeld RvS, nr. 211.029, 4 februari 2011 en RvVb, nr. A/2014/0489, 15 juli 2014.

 
Daarbij kampt de sector ook met publieke klachten die nogal eens de bovenhand halen. De lange aansleep voor het bekomen van vergunningen zorgt voor financiële onzekerheid en risico’s bij investeringen. De paardensector vraagt niet om de open ruimte vol te bouwen met paarden, maar voor hun landbouwactiviteiten wel gelijke kansen. Ook wat betreft gedesaffecteerde bedrijven ligt daar zeker een kans voor de paardenhouderij die benut zou moeten worden.

» Volgende pagina

4. Paarden en pachtwet

De pachtwet regelt voor landbouwers de mogelijkheid tot het pachten van gronden. Paardenhouderij, behalve trekpaarden, valt volgens een vaste rechtspraak niet onder de pachtwet, ook niet de bedrijfsmatige exploitaties die op stedenbouwkundig vlak als zuivere landbouwactiviteit worden beschouwd. Paardenhouders genieten dus niet de bescherming van de Pachtwet als zij grond huren. Zo kan hun huur elk moment opgezegd worden en hebben zij geen recht van voorkoop op de gronden die zij huren. Voor hen zijn de huurprijzen vrij, terwijl de maximale pachtprijzen driejaarlijks vastgelegd worden in de pachtprijzencommissies en de opzegmogelijkheden van een pacht uiterst beperkt zijn. Vele grondeigenaars willen daarom hun grond die ‘vrijkomt’ niet meer onder de pachtwet verhuren. Zij verkiezen paardenhouders, die een financieel aantrekkelijk alternatief vormen, waarbij bovendien hun eigendomsrechten veel minder beperkt worden dan bij een pacht.
Nu deze materie geregionaliseerd werd zal de Pachtwet op Vlaams niveau herzien worden.

» Volgende pagina

5. Paard en landschap

Inname van ruimte is een maatschappelijke en economische realiteit, waar je niet kan tegen in gaan, want het is de natuurlijke ontwikkeling, een innovatie en dus ook een kans voor het buitengebied. Vandaag zien we in de praktijk vaak een strijd om ruimte ontstaan tussen verschillende takken uit de landbouw, waarbij de economisch sterkste uiteindelijk de strijd wint in de vrijemarkteconomie. Zo is er in het tuinbouwgebied rond St.-Katelijne-Waver een strijd om grond tussen de serreteelt en de klassieke landbouw.
 
Met PaardenPunt Vlaanderen, in opvolging van het Vlaams Paardenloket, zijn intussen een aantal projecten lopende voor een betere inkadering van paarden in het buitengebied, zoals met de provincie Limburg die een brochure uitbracht ‘Paard in Landschap / Ruimte voor paarden’ en de provincie Oost-Vlaanderen met de brochure ‘Zorg voor paard en landschap’ en het project ‘Paardenkracht, krachtig landschap’. Met de regionale landschappen in de provincie Antwerpen is er een project rond landschappelijke inpassing, in regionaal landschap Vlaamse Ardennen rond landschapsintegratie van paardenweides. En ook in West-Vlaanderen loop een initiatief rond de landschapsinkadering van paardenbedrijven, die daar samen met de klassieke landbouw worden meegenomen. Dit is positief, waar de paardenhouderij niet in conflict mag gezien worden met de landbouw maar wel als tak van de landbouw naast andere. Meer zelfs, paardenboerderijen zijn qua grondgebondenheid nauwer verwant met grondgebonden melkveehouderij dan industriële varkens- of kippenhouderij.

» Volgende pagina

6. Conclusie

De paardenhouderij is, los van haar maatschappelijke, recreatieve en sportieve belang, niet alleen een belangrijke economische productietak, die kansen biedt tot omschakeling voor landbouwbedrijven uit takken die het moeilijk hebben, maar vormt tegelijkertijd ook een grote afzetmarkt voor de klassieke landbouw. Ruim 200.000 paarden zijn een belangrijke markt voor producten van de klassieke landbouw: stro, hooi, voordroog, granen in krachtvoeder, …
 
Deze sector vormt toch eerder een uitdaging en een opportuniteit voor de klassieke landbouw dan een bedreiging…
» Klik hier voor een artikel van het Vlaams infocentrum land-en tuinbouw.

Laatste aanpassing: 28/06/2017 14:10:28 - Bannerfoto © PaardenPunt Vlaanderen - KVM