// Wat maakt een ruiter- of menroute tot een goede route?

Vlaanderen heeft erg veel te bieden voor recreanten. In de bossen, aan het strand en door de velden vindt men routes en accommodaties die een recreatieve meerwaarde bieden. De oppervlakte van Vlaanderen is echter beperkt, wat er vaak voor zorgt dat een domein verschillende functies heeft.
 

Vlaanderen is te klein en de beschikbare routes te beperkt om de verschillende groepen recreanten elk overal hun eigen ruimte en routes te kunnen geven. Vaak bieden routes voldoende ruimte om ze door verschillende groepen recreanten samen te laten gebruiken. Mits verdraagzaamheid en respect voor de medegebruikers is het perfect mogelijk om die verschillende groepen recreanten samen te laten genieten van die routes en accommodaties. Zo niet zou het aanbod aan routes voor bepaalde groepen, en zeker voor ruiters en menners, wel zeer beperkt worden.
 
Daarnaast zijn er ook routes en ruimtes die voorbehouden worden voor één of meer bepaalde groepen recreanten. Die hebben elk hun eigen behoeften en noden. Fietsers wensen vaak verharde paden om van te genieten, maar mountainbikers hebben dan weer behoefte aan onverhard en ruig terrein. Wandelaars en joggers hebben nog andere noden en bewegen zich aan een veel tragere snelheid, en dan zijn er ook nog de ruiters die ook wel eens willen galopperen op onverhard terrein. Wanneer routes voorbehouden worden voor een bepaalde groep recreanten moet dat ook gerespecteerd worden.
 
Dit dossier handelt over ruiter- en menroutes en aan welke criteria ze best voldoen om geschikt te zijn voor zowel de ruiters en menners als eventueel ander verkeer. Dit dossier geeft  suggesties om ruiter- en menpaden zo optimaal mogelijk uit te bouwen en kan geconsulteerd worden bij de ontwikkeling van nieuwe routes of bij het herstellen van bestaande routes. 

Voor technische voorschriften verwijzen wij u door naar enerzijds het Technisch Vademecum Paden en Verhardingen, en anderzijds het Technisch Vademecum Recreatieve Infrastructuur van het ANB. 


» Volgende pagina

1. De route zelf

Een ruiter- of menroute aanleggen of heraanleggen vereist aandacht voor vele factoren. De kwaliteit van de route die u aanlegt wordt bepaald door hoe lang deze wordt, welke bodem er gebruikt wordt, hoe breed de paden gemaakt worden, hoe de veiligheid van ruiter, menner en paard gegarandeerd wordt, met wie de route gedeeld moet worden, en nog veel meer. Dit stuk handelt over de route zelf, inclusief (gevaarlijke) hindernissen die ruiters tegenkomen op hun wandeling en hoe deze omzeild kunnen worden.
 

Soorten routes

Er zijn vier soorten ruiter- en menroutes te onderscheiden. Een lokale route is maximum 15 km lang en is lusvormig. Regionale routes zijn zo’n 20 à 30 km lang en ideaal voor dagtochten. Deze routes zijn ook lusvormig. Een doorgaande route is meer dan 50 km lang en dus erg geschikt voor meerdaagse tochten (Toerisme Oost-Vlaanderen, s.d.). De doorgaande routes verbinden lusvormige ruiterroutes. De beschreven lengtes zijn uiteraard slechts een indicatie. De vierde soort is een knooppuntennetwerk. Dit is een routenetwerk waarbij ruiters en menners van knooppunt naar knooppunt rijden. De knooppunten verbinden de paden met mekaar en zijn genummerd. Een goed voorbeeld hiervan is het Limburgs ruiter- en mennetwerk. 
 

Bodem

De ideale ondergrond voor ruiterpaden is onverhard (liefst zand of gewoon aarde), gezien geasfalteerde of andere harde paden niet goed zijn voor de gewrichten van paarden en glad kunnen zijn bij nat weer of vriestemperaturen. Ook steengruis of grind is niet ideaal, gezien dit de hoeven van de paarden kan bezeren en het pad zo ongeschikt wordt om over te galopperen. De juiste bodemkeuze voor het pad hangt verder ook af van de ondergrond van het terrein, de hellingsgraad van het pad en de begroeiing. Indien deze zaken het aanleggen van een goed pad te veel verhinderen, zoekt men best een ander tracé. Routes op uitsluitend onverharde weg zijn in Vlaanderen een illusie. Gestreefd wordt naar minimaal 50% onverhard (Toerisme Oost-Vlaanderen, s.d.). Gezien het Belgische klimaat is ook een goede drainage op sommige plaatsen geen overbodige luxe. Let hier wel op dat er binnen de onverharde paden nog steeds goede en minder goede opties zijn. Grind is bijvoorbeeld niet aangenaam voor ruiters, terwijl zand dan weer moeilijker kan zijn voor menners en voor fietsers.
 

Afmetingen

De afmetingen van een ruiter- of menpad dienen niet enkel in de breedte gemeten te worden, maar ook in de hoogte. Een ruiterpad met eenrichtingsverkeer dient minstens 1,5 meter breed te zijn. Indien het de bedoeling is dat ruiters mekaar kunnen kruisen dient men minstens 2 meter te voorzien. Deze afmetingen zijn anders voor menners: minstens 2 meter in één richting en minstens 3,5 meter in twee richtingen. De minimale vrije hoogte is 3 meter en zal vooral van toepassing zijn bij tunnels, bruggen en bossen (Toerisme Oost-Vlaanderen, s.d.).
 

Afsluitingen

Overstapje

Het overstapje, ook wel cavaletti genoemd, is de ideale manier om gemotoriseerd verkeer, of verkeer met wielen van een pad af te houden. Ruiters en wandelaars kunnen hier gemakkelijk overstappen en ondervinden zelf dus geen hinder. Een overstapje is idealiter minstens 1,5 meter breed. 3 meter breedte garandeert optimale veiligheid. De hoogte is best 30 cm. Zo kunnen zowel ruiters als wandelaars er gemakkelijk overstappen en sluit het de route toch af voor gemotoriseerd verkeer. Let wel op: voor menpaden is dit geen goede oplossing, menners kunnen namelijk niet over een cavaletti heen. Verder dient men, indien de cavaletti ook toegang biedt tot een wandelpad, er ook voor te zorgen dat rolstoelgebruikers en wandelaars met een kinderwagen aan de zijkant van het overstapje door kunnen.
 

Slagboom

Een slagboom, hefboom of een bareel is een afsluitingsmechanisme dat een toegang of doorgang beheert. Slagbomen zijn er vooral voor de veiligheid van weggebruikers (slagboom bij een overweg), of om een domein af te sluiten (slagboom van een parkeergarage of een recreatiedomein).  Ook voor het afsluiten van routes kan dit een goed hulpmiddel zijn, vooral wanneer er sprake is van tijdszonering (waarbij verschillende gebruikers op een verschillend moment gebruik maken van een route). Slagbomen dienen altijd goed zichtbaar te zijn, maar mogen de paarden en pony’s niet doen verschieten. Een slagboom met een alarm is dus geen goede optie. De omgeving van de slagboom moet ruim en veilig zijn. 
 

Mensluis

Een andere manier om gemotoriseerd verkeer buiten te houden zonder de andere recreanten te hinderen is een mensluis. Een mensluis wordt typisch in één stuk beton gegoten en in de grond geplaatst. Deze bestaat uit drie verhogingen: twee hoge aan de zijkant (met ertussen 2,25 meter breedte om door te rijden) en één in het midden (maximum 18 cm hoog). De drie verhogingen worden best ook afgerond, zodat zowel paarden als wandelaars/fietsers zich er niet aan kunnen verwonden. Let wel op: over een mensluis kunnen geen nooddiensten passeren. Indien het een toegangsroute is, voorziet u dus best ook een slagboom naast de mensluis.

 
De combinatie van een mensluis en een slagboom
zorgt voor afsluiting van gemotoriseerd verkeer, maar voorziet toch toegang voor nooddiensten.
© Stichting Ruiteren & Mennen
Opbouw van een mensluis. © Stichting Ruiteren & Mennen
 

Klaphekken

Wanneer een ruiter- of menroute door een omsloten gebied trekt waar andere dieren leven, zoals vee of wild, is het belangrijk een hek te installeren dat zowel toegang als afsluiting biedt. Een klaphek is hiervoor een goede oplossing. Zo’n hek valt vanzelf terug toe wanneer de ruiter of menner gepasseerd is. Het enige nadeel hiervan is dat het dicht klappen van de poort lawaai kan maken en paarden kan doen verschieten.

 

Bruggen

In een land als België is het bij het aanleggen van routes met een zeker lengte zo goed als onmogelijk om bepaalde hindernissen te vermijden. Het land wordt doorsneden door snelwegen, rivieren en treinsporen. Een brug is soms een noodzakelijk kwaad dat in acht dient genomen te worden bij de aanleg van routes, zij het om erover te gaan als eronderdoor. Beide gebruiken hebben hun eigen pijnpunten en dienen anders benaderd te worden.
 

Over een brug

Wie al met een jong of onervaren paard de baan op is geweest, weet dat bruggen vaak geen plezier zijn. Om een brug aan ruiters aan te passen volgt men best deze richtlijnen:
  • Borstwering gaande tot minstens 40 cm voorbij de hindernis en zonder scherpe of uitstekende stukken 
  • Antislip bovenlaag
  • Zo stil mogelijk: geen metaal, wel hout of beton
  • Geen gaten
  • Stootrand onderaan de reling
  • Breedte brug: liefst minstens 3,5 meter
  • Indien de brug hoger is dan 5 meter zorgt men best voor een horizontaal stuk bovenaan
Een brug kan eng zijn voor paarden en pony’s, waardoor ze soms niet willen oversteken. Een trechtervormige ingang kan hiervoor een oplossing vormen. Eventueel kan met ook opstapblokken voorzien aan weerszijden van de brug, zodat het paard desnoods aan de hand kan mee geleid worden. Verder zorgt een verbreed pad aan weerszijden van de brug er ook voor dat, indien een paard niet over de brug wil, anderen wel nog kunnen passeren.
 
 
De stootranden aan de zijkant van de brug zorgen ervoor dat een paard niet van de brug kan stappen. © Stichting Ruiteren & Mennen

 

Onder een brug of tunnel

 

Ook onder een brug door gaan te paard is niet altijd een sinecure. Vaak zijn bruggen of tunnels te laag voor ruiters en menners, is er niet voldoende licht, is er niet genoeg ruimte om te manoeuvreren en krijgen de paarden schrik. Indien men ergens onderdoor moet kan het in ons regenachtige land ook voorkomen dat de doorgang onder water staat. Hieronder vindt u een aantal dingen die u kunnen helpen dit te voorkomen:
  • Hoogte: minstens 3  vrije meter, liefst 3,7 meter
  • Breedte 4 meter
  • Indien lang (tunnel): kunstmatige verlichting voorzien
  • Indien mogelijk: zelfde ondergrond voorzien als de rest van het ruiterpad
  • Rekening houden met drainage. Ook eventuele waarschuwingsborden voorzien indien dit stuk ruiterpad in overstromingsgebied ligt.

Doorwaadplaatsen

Doorwaadplaatsen zijn plaatsen op een ruiterroute waar ruiters de kans krijgen om te paard door een rivier te waden. Een doorwaadplaats mag dus geen sterke stroming hebben, niet te diep zijn en dient goed aangeduid en omlijnd te worden. Hiervoor gebruikt men ook best borstweringen die door het water gaan, waardoor de veilige doorwaadbare plaats goed begrensd wordt en de dieren zich niet kunnen misstappen. Het is verder ook aangeraden een bord te plaatsen met de diepte van het water, zodat ruiters en menners zich hier op voorhand van bewust zijn.
 
Een goede aanduiding van de diepte van de doorwaadplaats zorgt ervoor dat ruiters en menners niet voor verrassingen komen te staan. © Stichting Ruiteren & Mennen

 

Rustplaatsen

 

Rustplaatsen zijn er niet enkel voor de ruiter, maar ook voor het paard. Tijdens een lange trektocht is het belangrijk om af en toe wat uit te rusten. Hieronder vindt u een aantal mogelijkheden om een goede rustplaats in te richten.
 

Aanbindbalk

Om tijdens de rustpauze ervoor te zorgen dat het paard niet te ver weg gaat grazen, is het aangeraden een aanbindbalk te plaatsen. Deze worden typisch in het hout of metaal gemaakt en zijn voorzien van ringen om het leidtouw aan vast te maken. De palen die de balk in de lucht houden dienen goed in de grond te staan. Een aanbindbalk dient namelijk te kunnen weerstaan aan 750 kg trekkracht. De aanbindbalk dient ook steeds goed zichtbaar te zijn en ver genoeg van de route af te liggen. Op deze manier zijn andere recreanten op de hoogte van waar de paarden precies staan en kunnen conflictsituaties vermeden worden. 
 

Drinkwatervoorziening

Wanneer de ruiters stoppen om iets te drinken, lijkt het maar eerlijk dat de paarden ook de kans krijgen hun dorst te lessen. Een drinkwatervoorziening voor paarden op de rustplaats kan hier een grote hulp zijn. Hierbij is het wel belangrijk dat de kwaliteit van het water in orde is en de voorziening ook veilig is voor paarden. Een trog met een pomp kan een goede oplossing zijn. Let wel goed op voor stilstaand water en voor de hygiëne van de drinkwatervoorziening.
 

Andere mogelijkheden en criteria

Naast een aanbindbalk en watervoorziening zijn er nog zaken die een rustplaats kunnen verbeteren. Hieronder staan er enkele opgesomd, maar laat vooral uw verbeelding spreken.
  • Opstapblok
  • Picknicktafel of bankje voor de ruiters
  • Schaduwvoorziening of schuilplaats
  • Ongesproeide vegetatie vrij van voor paarden giftige planten binnen een ruime straal rond de rustplaats (!)
  • Hindernisparcours voor ruiters kan ook een aantrekkingsfactor bieden, mits afgezonderd van andere recreanten
  • Paddock voor de paarden, indien hier de ruimte voor is en het gaat om een rustplaats op een meerdaagse routes
   
Een gezellige rustplaats voor zowel paard als ruiter of menner. 
© Stichting Ruiteren & Mennen
 Drinkwater voorzien voor de paarden is geen overbodige luxe. © Stichting Ruiteren & Mennen


Bewegwijzering en signalisatie

Een goede route is één ding, maar het is ook belangrijk dat de ruiters en menners hun weg vinden en zich goed kunnen oriënteren (Toerisme Oost-Vlaanderen, s.d.). Voor lokale ruiters en menners is dit vaak geen probleem, zij kennen de streek reeds goed, maar een goede route zal ook andere ruiters aantrekken die van verder komen. Dit kan goed zijn voor de lokale horeca en bijgevolg de lokale economie. Ook signalisatie is belangrijk, zowel voor de ruiters zelf als voor andere weggebruikers. Zo weet iedereen zijn of haar plaats op de baan.
 

De bewegwijzering van routes dient steeds eenduidig te zijn, zodat er geen verwarring kan ontstaan. Hou er ook rekening mee dat andere routes (fiets-, wandel- en mountainbikeroutes) ook signalisatie nodig hebben en een overdaad aan borden ook verwarrend kan zijn voor toeristen en recreanten. We verwijzen u graag door naar de Richtlijnen voor de bewegwijzering van toeristisch-recreatieve routes en netwerken voor ruiters en menners van Toerisme Vlaanderen.

Een ander belangrijk punt is signalisatie die de coördinaten op de route aanduidt. Deze coördinaten worden best op paaltjes aangebracht naast te route en doorgegeven aan de hulpdiensten. Op die manier kunnen toeristen en recreanten in nood hun coördinaten doorgeven aan de hulpdiensten. Dit wordt in het provinciale Ruiter- en Menroutenetwerk in Limburg bijvoorbeeld aangeduid aan de hand van XY-coördinaten. 
 

Controle en onderhoud

In theorie zijn al deze zaken vrij vanzelfsprekend, maar men mag niet vergeten de route na aanleg ook te blijven onderhouden. Het onderhoudsplan dient op voorhand grondig afgesproken te worden, zodat duidelijk is welk budget er aan gespendeerd wordt, wie voor welk deel verantwoordelijk is en wanneer de controles en onderhoud worden uitgevoerd.

Het onderhoud dat de route vereist, hangt af van verschillende factoren: de locatie van de route, de gebruikslast en het gebruikte materiaal. Om te garanderen dat de met zorg aangelegde route ook aangenaam blijft, is het belangrijk regelmatig controles uit te voeren op de kwaliteit van de route, en indien nodig zaken te vervangen of te herstellen. Hierbij mag men ook de signalisatie en de randinfrastructuur niet vergeten. Hiervoor kan u deels ook de hulp van de recreant of toerist inschakelen, zoals bijvoorbeeld met de Routedokter, waar ruiters en menners kunnen  aangeven waar iets fout loopt, of via peter- en meterschap van de routes.

Om ervoor te zorgen dat de recreanten en toeristen hiervan op de hoogte zijn, is het dan ook raadzaam om deze mogelijkheden goed aan te geven bij de start van de route en op de website, samen met de contactgegevens van de verantwoordelijken voor het beheer, de toezicht en het onderhoud van de route. Men kan hiervoor terecht bij de gemeente. De gemeenten zijn bevoegd voor het onderhoud van de wegen op hun grondgebied. Indien een andere overheid verantwoordelijk zou zijn (bv. de provincie) dan zal de gemeente daar zeker naar doorverwijzen.


» Volgende pagina

2. Veiligheid

Te paard ten allen tijde veilig de weg op kunnen, is jammer genoeg een utopie. Veel weggebruikers verwachten geen paarden op de weg en hebben weinig begrip voor ruiters en menners. Sensibiliseren biedt hier een heel goede oplossing voor, maar ook aan de infrastructuur en aan het tracé van de route kan wel wat gedaan worden om het voor ruiters en menners veiliger te maken. Ook is het belangrijk op voorhand goed op de hoogte te zijn van verkeersprojecten en betrokken te zijn in het proces. Op die manier kan er bij de aanleg of heraanleg van drukke punten ook al rekening gehouden worden met de behoeften van ruiters en menners. Dit stuk biedt mogelijke oplossingen bij bepaalde gevaarlijke situaties.
 

Drukke verkeerswegen en -punten

Het eerste punt is al meteen behoorlijk logisch: probeer bij het aanleggen van een route de drukke verkeerswegen te vermijden. Veel automobilisten verwachten aan een groot kruispunt of rondpunt geen paarden te zien, gezien de infrastructuur ervan niet op paarden voorzien is. Ook op erg drukke wegen is het voor paard en ruiter of menner vaak onveilig, gezien de grote snelheid van de andere weggebruikers. Hierbij raden we dan ook aan om deze wegen en punten zo veel mogelijk te vermijden bij het ontwikkelen van een nieuwe route. Indien dit niet mogelijk is, worden er best oplossingen gezocht die er ten eerste voor zorgen dat de ruiters en menners op een veilige afstand van het verkeer kunnen wandelen - liefst met een afscheiding die breed genoeg is - en ten tweede ook beter zichtbaar zijn. Hiermee worden vooral obstakels bedoeld die het zicht beperken, zoals muren en hagen. Indien geen van voorgaande een optie is en de weg niet vermeden kan worden, is signalisatie geen overbodige luxe - die is eigenlijk sowieso een must. Door aan te geven dat er een ruiter- of menroute passeert aan het punt in kwestie zijn de andere weggebruikers op de hoogte van de situatie en kunnen zij hun rijgedrag hier op voorhand aan aanpassen. Dit soort voorzieningen kunnen overigens ook voordelig zijn voor fietsers en wandelaars, voor wie drukke verkeerspunten ook onveilig zijn.
 

Oversteekplaatsen

Een drukke weg oversteken te paard is niet altijd zonder zorgen. Auto’s en eventueel vrachtwagens komen aan hoge snelheid afgeraasd en maken het moeilijk voor de ruiter om in te schatten wanneer oversteken veilig is. Dit kan voor nervositeit zorgen bij het paard, wat de situatie onveilig maakt voor alle passanten. Enkele oplossingen hiervoor zijn:
  • Een wachtzone voor paarden, ruiters en menners installeren aan beide kanten van de oversteekplaats, eventueel met een houten opstelling die ervoor zorgt dat de paarden niet naar elke kant kunnen wegspringen (zie illustratie).
  • Duidelijk aanduiden van het oversteekpunt: signalisatie aan de hand van verkeersborden en/of wegmarkeringen
  • Het oversteekpunt op of nabij een verkeersdrempel inplanten, waardoor de snelheid van de auto’s mindert.
     
Op het terrein in Zutendaal in Limburg, bij de Heiwekerweg, is een oversteekplaats ontworpen die ook aangepast is voor huifkarren. © Marc Leenen

 

Wegberm

 

Wanneer een ruiter over een weg moet rijden die gedeeld wordt met gemotoriseerd verkeer, rijdt deze beter over de berm. Ideaal is dat deze dan ook ruim genoeg is voor paarden, geen te hoge hellingsgraad heeft, er geen putten of boomwortels inzitten en er geen gracht doorloopt. 
 

Intensiteit van andere verkeersvormen

Zowat alle wegen worden onder verschillende gebruikers gedeeld. Gemotoriseerd vervoer en fietsers op de verharde wegen, mountainbikers en ruiters op onverharde bospaadjes, en zo voort. Aan het delen van routes valt in een klein land als België niet  te ontsnappen. Waar wel rekening mee kan gehouden worden is de intensiteit van de verkeersvormen die een weg delen. Een verharde baan met weinig auto’s kan ook voor ruiters en menners bewandelbaar zijn, terwijl de autostrade enkel toegankelijk is voor gemotoriseerd vervoer. Het kan erg nuttig zijn om hier op voorhand een studie naar te doen, zij het met een teller op de baan of door middel van een enquête in de buurt. Aan de hand van deze data kan de route optimaal aangelegd worden, om zo aan de wensen van de recreanten (en bewoners) te voldoen.

» Volgende pagina

3. Bereikbaarheid

Een mooie route is één ding, maar het zou zonde zijn dat enkel lokale ruiters of menners deze kunnen bereiken. Een goede oplossing hiervoor is een mobiliteitsplan opstellen, waarbij zowel parking als toegangswegen (ook voor de nooddiensten), grondig worden onderzocht. Een parking voor een ruiter- of menroute is niet hetzelfde als die voor een wandel- of fietsroute, gezien de recreanten hun paarden meenemen in een aanhangwagen of een paardencamion, die erg omvangrijk kunnen zijn. Het is wel belangrijk te vermelden dat de noodzakelijkheid van een parking ook afhangt van andere factoren. Indien het gaat om een kleine lokale lus is een parking minder relevant dan voor grotere routes (voor dagtochten). Overleg omtrent de aanleg van een parking met de lokale maneges en andere hippische bedrijven is sowieso erg nuttig.

Parking

Wie al met paarden in een trailer achter de wagen gereden heeft, weet dat parkeren een uitdaging kan zijn. Bij het ontwikkelen van een parking voor de route, kan het geen kwaad om daar bij stil te staan. Voertuigen voor het vervoer van paarden nemen meer plaats in dan een personenwagen en zijn ook moeilijker te manoeuvreren.  Deze maten en tips geven een idee van hoe de parking best ontworpen wordt (Ontario Trail Riders Association, s.d.):
  • De combinatie van een wagen en een trailer geeft al gauw een lengte van 15 meter.
  • Bij de ingang van de parking dient er best een draairadius voorzien te worden van 12,2 meter.
  • De breedte van een toegangspoort bedraagt minstens 9 meter.
  • Vlak terrein is uiteraard ideaal. Indien volledig vlak niet mogelijk is bedraagt de hellingsgraad van het terrein best niet meer dan 6%.
  • Hoe minder een wagen met trailer achteruit moet rijden, hoe beter. Een weg die rond de parking loopt kan dit voorkomen.
  • Voldoende ruimte is belangrijk, zowel voor de parking als voor de parkeerplaatsen zelf. Hou hierbij ook rekening met het beoogde aantal bezoekers en ruimte om de paarden op- en af te zadelen. De totale oppervlakte van de parking bedraagt meer dan 60x100 meter. 
  • Een goede ondergrond is belangrijk, zowel voor de wagens als voor de paarden. Een onverharde bodem past hier beter dan asfalt. Ook drainage kan hier belangrijk zijn, afhankelijk van de situatie.
  • Hoewel rotsen, tuintjes en andere decoratie de parking aangenamer kunnen maken, is het aangeraden dit niet te doen. Deze zaken maken de parking namelijk onveiliger voor paarden die op de trailer moeten of er net van komen.
  • Schaduwvoorziening (idealiter door hoge bomen) is dan weer wel aangeraden, gezien zowel de personenwagens als trailers en paardencamions erg heet kunnen worden in de vlakke zon op warme dagen.
Gezien de aard van het gebruik van de parking is het ook zeer belangrijk om een bindplaats voor paarden te voorzien met mogelijkheid om de paarden te laten drinken (Toerisme Oost-Vlaanderen, s.d.).

Onthaalzone

De onthaalzone van een recreatief gebied geeft duidelijk aan waar de ingang zich bevindt en waar de routes aanzetten. Het is belangrijk dat de onthaalzone de bezoeker een goed gevoel geeft en duidelijk maakt wat de bedoeling is. Een informatiebord, -zuil of -kiosk met de routekaart en regelgeving in het groot opgeprint kan veel misverstanden en conflicten vermijden. De onthaalzone ligt meestal dichtbij de parking, tenzij er gebruik wordt gemaakt van een aanlooproute (die de lusvormige route en de parking verbindt). 
 

Toegangswegen

Goede toegangswegen naar de route zijn om verschillende redenen belangrijk. De eerste, meest evidente, reden is dat de paardentoeristen met hun toch vaak omvangrijke voertuigen, tot aan de route moeten kunnen geraken. Goed onderhouden wegen en heldere aanduidingen zijn geen overbodige luxe.
 
De tweede reden is zo mogelijk nog belangrijker. Nood- en hulpdiensten moeten op een efficiënte en snelle manier aan de route geraken om in te grijpen als er iets fout gaat. Dit mag zeker niet vergeten worden bij het ontwerpen van een route, gezien het geen sinecure is deze noodwegen achteraf aan te leggen. Bij het ontwikkelen van een route contacteert u best een expert om dit proces te optimaliseren. 

» Volgende pagina

4. Paardvriendelijke horeca

Ruiters en menners die op dagtocht of meerdaagse tocht gaan, moeten beroep doen op de lokale horeca en overnachtingsmogelijkheden. Vaak zijn deze stops echter niet goed toegankelijk voor ruiters en menners, en is het erg moeilijk om een plaats te vinden waar ook het paard kan overnachten. Hier wordt de laatste jaren steeds meer aan gedaan. De provincie Limburg, bijvoorbeeld, heeft hier een pioniersrol in gespeeld. Zij hebben een groot aanbod aan paardvriendelijke logies en horeca, wat het er  voor ruiters en menners aangenaam vertoeven maakt. Door aangepaste horeca en logies te hebben is het mogelijk om meer hippische recreanten aan te trekken en dus ook een grotere return on investment te hebben. Indien ze nergens terecht kunnen, kunnen ze er namelijk ook geen geld uitgeven. In dit deel vindt u tips om logies en horeca aan te passen aan paardentoeristen- en recreanten.

Logies

Voor meerdaagse trektochten hebben paard en ruiter aangepaste accommodatie nodig, maar wat houdt dat precies in? Hieronder vindt u de criteria die gehanteerd worden voor het label Paardvriendelijk Logies van de provincie Limburg (Regionaal Landschap Kempen en Maasland , s.d.):
  • Veilige weide
  • Hygiënische, voldoende verluchte en verlichte boxen of stallen
  • Voorzieningen aanwezig: bindpalen, de mogelijkheid om paarden af te spuiten, dikke waskoorden en parkeerplaatsen
  • Schone eet- en drinkbakken
  • Maximaal 5 km van het netwerk
Buiten deze criteria zijn er nog zaken die een logies ruiter- en paardvriendelijker kunnen maken. Denk maar aan het voorzien van een EHBO-kit voor paard en ruiter, het verstrekken van informatie over routes en andere paardvriendelijke horeca in de omgeving, eventueel een piste om de paarden in te rijden, mogelijkheid om kledij te drogen, en zo voort. 
 

(Eet)cafés

Voor restaurants, brasseriën, tearooms en cafés is het in feite gemakkelijker om de accommodatie aan te passen aan paarden, gezien de verblijfsduur veel korter is dan voor logies. Er zijn wel een aantal punten die overeen komen. Een veilige aanbindplaats is erg belangrijk (zie punt 2.8. Aanbindbalken). Verder hoeft het paard er niet per se eten te krijgen, maar water is wel noodzakelijk. Om goed bereikbaar te zijn ligt een ruitercafé of -restaurant best op maximum 1 kilometer van de route verwijderd. Verder is het ook aangeraden een mesthoop te voorzien, evenals materiaal om mest op te ruimen. Toerisme Limburg heeft hiervoor het idee van de toppleisterplaats gesticht. 
 
Een toppleisterplaats is minimaal uitgerust met 3 picknickbanken, 3 bindbalken en een paddock van 9 m op 9 m.  Ze is steeds gelegen aan paardvriendelijke horeca waar ook je trouwe viervoeter verwend wordt met een frisse emmer water. De ideale stopplaats voor paard en ruiter! - Toppleisterplaatsen voor ruiters en paarden, website Toerisme Limburg 

» Volgende pagina

5. Meer informatie over ruiter- en menroutes

Dit dossier is slechts een richtlijn voor het aanleggen of heraanleggen van ruiterroutes en het voorzien van randinfrastructuur. Hieronder vindt u de bronnen die voor dit dossier geraadpleegd werden. In deze bronnen vindt u nog meer informatie over de mogelijkheden en moeilijkheden rond ruiterroutes.  
 

Belgische bronnen

Buitenlandse bronnen


Laatste aanpassing: 14/09/2017 10:08:35 - Bannerfoto © Toerisme Provincie Antwerpen