// Teken

Auteur: Prof. dr. Edwin Claerebout


Paarden die op de weide staan of waarmee buiten gewandeld wordt, lopen het risico om gebeten te worden door teken. Teken zijn bloedzuigende parasieten, die nauw verwant zijn aan mijten en spinnen. Omdat de meeste teken zich op de vegetatie bevinden (zoals hoog gras en struikgewas) lopen paarden op weiden die begrensd zijn met kreupelhout en paarden waarmee regelmatig op bospaden wordt gewandeld, het meeste risico op tekenbeten.



» Volgende pagina

Wat is een teek?

Een teek doorloopt tijdens haar levenscyclus verschillende stadia: ei, larve, nymfe en volwassen teek. De meeste teken zijn zogenaamde 3-gastheer teken, waarbij de larven, nymfen en volwassen teken steeds weer op zoek gaan naar een nieuwe gastheer om zich te voeden. Dat doen ze door op planten omhoog te kruipen (volwassen teken kunnen tot ongeveer een meter hoog geraken) en daar te wachten tot een geschikte gastheer passeert. Met een sensor op hun voorste paar poten detecteren ze stoffen die door dieren en mensen worden uitgescheiden, zoals CO2 (adem) en ammoniak (zweet). Larven voeden zich vooral op kleine dieren (vogels, knaagdieren, …), terwijl nymfen en volwassen teken meestal grotere dieren, zoals het paard, en de mens parasiteren. De teek laat zich vallen op de voorbijkomende gastheer, kruipt even rond om een geschikte plek te zoeken, en bijt zich dan vast om bloed te zuigen. Na haar bloedmaal laat de teek zich van de gastheer vallen en zal in de omgeving vervellen tot het volgende stadium (larven en nymfen) of eieren leggen en sterven (de volwassen vrouwtjes). Na het vervellen kruipt de teek terug omhoog op de vegetatie om te wachten tot een nieuwe gastheer voorbijkomt, waarop ze zich weer kan vasthechten om bloed te zuigen. Omdat teken telkens opnieuw een nieuwe gastheer bijten, zijn ze een geschikte vector voor het overdragen van allerlei ziekten. Teken zijn actief vanaf de lente tot in het najaar, maar ook tijdens een zachte winter kunnen teken op dieren gevonden worden.
 

De schapenteek

Ixodes ricinus (de schapenteek) is de meest voorkomende tekensoort in België en is wijdverspreid. Deze teek leeft vooral in biotopen met bosranden en/of kreupelhout, en parasiteert veel verschillende diersoorten, waaronder ook paarden en de mens. Paarden kunnen occasioneel ook gebeten worden door andere tekensoorten, zoals Dermacentor reticulatus. Deze tekensoort werd in België tot nu toe enkel aangetoond in geïsoleerde haarden langs de Nederlandse en Franse grens, o.a. in Beveren-Waas, Moen (Zwevegem), De Panne, Koksijde, Martilly (Herbeumont) en Bergen (zie kaartje). De kans is echter reëel dat deze tekensoort zich verder zal verspreiden. 
 

Foto's




» Volgende pagina

Teken-overdraagbare ziekten

De beet van een teek is pijnloos en het bloedverlies door een tekenbeet is gering, maar teken zijn gevaarlijk omdat ze allerlei ziektenverwekkers kunnen overdragen, zoals Borrelia spp. (oorzaak van de ziekte van Lyme) en Babesia caballi en Theileria equi (verwekkers van piroplasmose).
 

Lyme borreliose

Lyme borreliose, veroorzaakt door Borrelia, is een ernstige ziekte bij de mens. Borrelia wordt overgedragen door Ixodes teken. Paarden die via een tekenbeet besmet worden met deze bacterie, zullen echter meestal niet ziek worden. Occasioneel kan een paard toch klinische Lyme borreliose ontwikkelen, wat kan gepaard gaan met koorts, lusteloosheid, manken (door gewrichtsontsteking) en/of huidproblemen. In zeldzame gevallen kunnen er ernstige symptomen optreden zoals encephalitis (ontsteking van de hersenen) of endocarditis (ontsteking van het hart). Er is geen gevaar voor rechtstreekse overdracht van Lyme borreliose van het paard naar de mens, omdat teken niet rechtstreeks van het paard op de mens ‘overstappen’, maar steeds via een vervellingsfase in de omgeving (zie hoger). Het gevaar voor de mens bevindt zich dus in de begroeiing van de gras- of boskant.

 

Piroplasmosis

Piroplasmosis bij het paard kan veroorzaakt worden door twee soorten parasieten, nl. Babesia caballi en Theileria equi. Deze parasieten worden overgedragen door verschillende tekensoorten, zoals Dermacentor, Hyalomma en Rhipicephalus. Deze teken komen vooral in warmere gebieden voor (o.a. Zuid-Europa), maar Dermacentor is ook aanwezig in België (zie hoger) en bijgevolg worden af en toe gevallen van piroplasmose gezien bij paarden. Dit is een ernstige ziekte, omdat de parasieten de rode bloedcellen infecteren en vernietigen. Een paard met piroplasmose is op korte tijd erg ziek en heeft koorts, bleke slijmvliezen (anemie) en soms een koffiekleurige urine. Ook koliek kan voorkomen. Bij infectie met Theileria equi zijn ook de lymfeklieren gezwollen. Het paard kan sterven ten gevolge van shock en longoedeem. Deze parasieten zijn ook belangrijk voor het internationale transport van paarden, omdat voor een aantal landen moet aangetoond worden dat de paarden vrij zijn van B. caballi en T. equi. Deze ziekte is niet besmettelijk voor de mens.
 

» Volgende pagina

Diagnose en behandeling

Teken kunnen met het blote oog waargenomen worden. Hun grootte varieert van enkele mm (larve) tot meer dan een cm (volgezogen wijfje). De larven lijken op kleine spinnetjes en zijn moeilijk zichtbaar, terwijl volgezogen volwassen teken eruitzien als een grote bruin-grijze erwt met kleine pootjes. 


Als er slechts enkele teken aanwezig zijn, kunnen deze manueel verwijderd worden, bv. met een tekentang. Bij grote aantallen kan men het paard oppervlakkig behandelen met organofosfaten (foxim) of pyrethroïden (deltamethrine, flumethrine). Deze producten zijn echter niet geregistreerd voor gebruik bij het paard en bieden geen langdurige bescherming. Daarom is het belangrijk van regelmatig een huidinspectie uit te voeren (ook bij jezelf!) om teken op te sporen en ze snel te verwijderen. Hoe korter de teek aanwezig is, hoe kleiner het risico op het overbrengen van ziekten. De meeste teken-overdraagbare ziekten worden overgebracht na 24-28u, dus een dagelijkse inspectie kan het risico op ziekte sterk verminderen.

Laatste aanpassing: 13/09/2017 08:26:57