// Gebitsverzorging bij paarden

Auteur: Prof. Dr. Lieven Vlaminck


Het afgelopen decennium is de kennis van het paardengebit met rasse schreden vooruit gegaan. Nieuwe inzichten in de ontstaanswijze van gebitsproblemen, alsook de ontwikkeling van moderne instrumenten en behandelingstechnieken, maken het vandaag mogelijk om voor veel gebitsproblemen een passende oplossing te vinden. Dit betekent echter niet dat een jaarlijkse gebitscontrole overbodig wordt, integendeel. Die jaarlijkse controle maakt het mogelijk voor dierenartsen en gebitsverzorgers om problemen in een vroeg stadium te diagnosticeren en gepaste maatregelen te nemen om erger te voorkomen.

Dit dossier bespreekt het nut van gebitsverzorging bij paarden en overloopt hoe paardeneigenaars dit best aanpakken.

 

Meer over de auteur

Prof. Dr. Lieven Vlaminck
Specialist Tandheelkunde Paard (Diplomate EVDC Eq)
Vakgroep Heelkunde en Anesthesie van de Huisdieren
Faculteit Diergeneeskunde – Universiteit Gent



» Volgende pagina

1. Nut jaarlijkse gebitscontrole en -verzorging

Eén van die bijzondere eigenschappen van het paardengebit bestaat erin dat de tanden levenslang blijven doorgroeien  als compensatie voor de slijtage onder invloed van het kauwen van vezelrijke plantaardige voeding. Het grootste gedeelte van de tanden zit verborgen in het kaakbeen (Fig. 1.a. en 1.b.). De kroon die we in de mond te zien krijgen is slechts het topje van de ijsberg.
 
   
 Figuur 1.a. Beeld in de mond van een paard: De kiezen vormen aaneengesloten rijen tanden tot diep in de mond. We zien slechts een heel klein stukje van de totale tand (het topje van de ijsberg).     Figuur 1.b. Het grootste deel van de tandkronen zit diep in het kaakbeen ingebed. Op deze manier beschikt het paard over voldoende tandweefsel als compensatie voor de voortdurende groei en slijtage die de tanden ondergaan.

Dat voortdurende doorgroeien van de tanden houdt ook in dat indien de tanden van boven- en onderkaak niet perfect ten opzichte van elkaar gepositioneerd zijn, sommige tandvlakken onvoldoende slijten wat tot de vorming van zogenaamde ‘haken’ kan  leiden (Fig. 2.a. en 2.b.). Afhankelijk van de grootte en lokalisatie van die haken kan dit pijnlijke kwetsuren van de slijmvliezen in de mond opleveren of wordt de beweeglijkheid van de kaken ten opzichte van elkaar gehinderd. Dit kan zich zowel uiten in minder efficiënt kauwen als in bitafweer tijdens het rijden. Als je paard normaal eet/kauwt en geen problemen heeft met het bit, wil dit absoluut niet betekenen dat het dan ook een perfect gebit heeft. In tegenstelling tot bij het bestaan van gewrichts- of peesletsels, kunnen veel paarden hun gebitsproblemen perfect verborgen houden tot een bepaalde pijngrens overschreden wordt. Heel vaak treft men in die gevallen ernstige problemen aan die zelden met één simpele ingreep kunnen verholpen worden.
      
   
Figuur 2.a. De eerste kies van de rechter bovenkaak vertoont haakvorming als gevolg van het doorgroeien van de tanden en het slecht op elkaar staan van tanden in bovenkaak tov onderkaak.    Figuur 2.b. De achterzijde van de laatste kies in de linker onderkaak vertoont een enorme haak. Als je weet dat tanden groeien met een snelheid van 2-3 mm/jaar kan je zelf inschatten hoelang het geduurd heeft om een dergelijke haak te vormen.

Een regelmatige controle van het gebit is dus geen overbodige luxe. De meest voorkomende afwijking die we bij meer dan 85% van onze paarden aantreffen zijn kleine haakjes (zogenaamde emailpunten) in combinatie met kwetsuren van wangen en/of tong (Fig. 3.). Tijdens een jaarlijkse gebitscontrole worden o.a. dergelijke haakjes afgerond met speciale raspen waardoor erger voorkomen wordt. Indien niet te ernstig, genezen de opgelopen kwetsuren spontaan over verloop van enkele dagen.
Tijdens de check-up worden ook alle tekortkomingen van het gebit in kaart gebracht en indien mogelijk ook onmiddellijk behandeld. Aangezien elk paard zijn eigen unieke gebit heeft, is de behandeling afhankelijk van het paard.
 
 
Figuur 3. Scherpe emailpunten ontwikkelen zich o.a. aan de buitenzijde van de bovenkiezen. Tijdens het kauwen of door het gebruik van een bit schuren deze punten tegen het slijmvlies van de wangen waardoor pijnlijke verwondingen ontstaan.

» Volgende pagina

2. Beginleeftijd gebitscontroles

De allereerste check-up zou binnen enkele weken na de geboorte moeten gebeuren. Men controleert dan de juiste stand van de snijtanden in de bovenkaak ten opzichte van deze in de onderkaak. Staan de bovensnijtanden voor de ondersnijtanden dan spreekt men van een overbijter (Fig. 4). Treffen we het omgekeerde aan dan wordt gesproken van een onderbijter. Beide zijn erfelijk belaste afwijkingen waardoor deze dieren niet voor de fok mogen weerhouden worden. Dit betekent echter niet dat deze problemen niet moeten behandeld worden. Vanaf de leeftijd van 2-3 maanden kan een beugel aangebracht worden op de tanden in de te lange kaak waardoor de groei van deze kaak tijdelijk afgeremd wordt terwijl de te korte kaak ongestoord verder kan ontwikkelen. De beugel wordt verwijderd van zodra beide kaken opnieuw mooi op elkaar passen.

   
Figuur 4. De kaken van dit 3-maanden-oud veulen hebben een ongelijke lengte. De bovenkaak is langer dan de onderkaak. Dit noemt men een overbeet.  

Van zodra het paard een bit in de mond krijgt is die eerste echte check-up van alle tanden aangewezen. Maar vanaf de leeftijd van 2,5 jaar wordt sowieso best al gestart met preventieve tandheelkunde. De melktanden worden namelijk tussen 2,5 en 4 jaar geleidelijk vervangen door definitieve tanden. Dit wisselingsproces verloopt niet altijd even makkelijk en kan gepaard gaan met moeilijker eten, bitafweer en het ontstaan van tijdelijke harde verdikkingen op de kaken (Fig. 5) (vooral onderaan de onderkaak goed te voelen en soms ook te zien). In deze periode zijn paarden ook bijzonder gevoelig voor het ontwikkelen van tandabcessen (Fig. 6). Tijdens de jaarlijke gebitscontrole kan men, naast het afronden van haakjes, het wisselingsproces opvolgen en bijsturen waar nodig door o.a. melktanden die niet op tijd wisselen te trekken. Op deze manier verzekert men zich van een optimale ontwikkeling van een goed gevormd volwassen gebit. Dit kan veel problemen op lange termijn voorkomen.
      
   
Figuur 5. Tijdens de periode van tandwisseling (leeftijdscategorie 2,5 – 4 jaar) kunnen harde bulten ontstaan op de kaken. Vooral bij ponyrassen zoals dit miniatuurpaardje is dit heel opvallend. Na wisseling verdwijnen deze verdikkingen grotendeels. Figuur 6. Een harde en pijnlijke verdikking aan één zijde van de kaken is sterk indicatief voor een tandwortelabces.


» Volgende pagina

3. Frequentie gebitscontrole

De groeisnelheid van paardentanden - en dus bijvoorbeeld ook van eventuele haakjes - bedraagt ongeveer 2-3 mm/jaar. Voor de meeste paarden volstaat een jaarlijkse check-up en onderhoudsbehandeling van het gebit om het comfort van de mond optimaal te houden. Sommige dieren vereisen echter een halfjaarlijkse verzorging - of zelfs nog frequenter - omdat ze bijvoorbeeld heel gevoelig reageren op het ontstaan van haakjes of omdat ze een meer intensieve opvolging nodig hebben omwille van specifieke gebitsproblemen (bijvoorbeeld het verlies van tand, slecht gepositioneerde tanden, een tandvleesontsteking,… ).

» Volgende pagina

4. Beste tijdstip gebitscontrole

Het beste tijdstip om een gebitscontrole in te plannen is ongetwijfeld in de aanloop naar de start van het wedstrijdseizoen. Op deze manier verzekert u zich ervan dat uw paard een maximaal comfort heeft in de mond en zich dan ook volledig kan focussen op de te leveren prestatie zonder voortdurend afgeleid te zijn door bijvoorbeeld scherpe tandpunten die tegen de wang of in de tong worden geduwd door de druk van een bit.
 

 
 

 
Figuur 7.a. Een langwerpige hooiprop. Heel pijnlijke gebitsproblemen (zoals een ernstige ontsteking van het tandvlees of gingivitis) liggen vaak aan de basis van het proppen maken van het gekauwde hooi. Figuur 7.b. Deze mestballen bevatten lange onverteerde plantaardige vezels en graantjes. Onvoldoende gekauwd voedsel kan niet verteerd worden in de darmen en komt er dus achteraan gewoon terug uit.

Het einde van het weideseizoen is eveneens een ideaal tijdstip om het gebit van een paard te  controleren. In deze periode wordt namelijk het aandeel aan ruwvoeder (hooi, voordroog, stro) in het rantsoen geleidelijk opgedreven. Dit vergt meer inspanningen om te kauwen dan wanneer het dier zich voornamelijk met gras kan voeden. Ernstige -en vooral pijnlijke- gebitsproblemen leiden dan tot het ‘proppen maken’ (Fig. 7a). Kleine hoeveelheden hooi worden tot proppen gekauwd die vervolgens uitgespuwd worden. Omdat het kauwen pijnlijk is wordt er ook veel onvoldoende fijn gekauwd voedsel ingeslikt. Het spijsverteringsstelsel kan dat voedsel niet goed genoeg verteren waardoor het via de mest opnieuw naar buiten komt. De mestballen bevatten dan veel lange vezels en onverteerde graantjes (Fig. 7b). Ondanks een schijnbaar goede eetlust zal de conditie van deze dieren tijdens de wintermaanden  achteruit gaan, waardoor u meer dure krachtvoeders moet bijvoederen. Het optimaliseren van het kauwproces door een preventieve gebitsverzorging in het herfstseizoen kan dergelijke problemen voorkomen.

» Volgende pagina

5. Beleving van het paard

Net zoals onze tanden, zijn ook paardentanden pijngevoelig door de aanwezigheid van een tandzenuw binnenin. Maar omdat de buitenste lagen van de paardentand relatief  ongevoelig zijn, ondervindt het dier geen echte tandpijn tijdens het raspen van het gebit. Dit betekent niet dat alle paarden zomaar akkoord gaan om een dergelijke behandeling te ondergaan. Het gebruik van een kalmeringsmiddel (sedativum) zorgt ervoor dat de gebitsverzorging geen slechte ervaring wordt voor uw dier en aanleiding kan geven tot gevaarlijke situaties voor zowel het paard als omstaanders. Bovendien laat het toe om alle hoeken en kanten van het gebit grondig te onderzoeken en te behandelen wat de kwaliteit van en de investering in de gebitsverzorging ten goede komt. Het gebruik van een sedativum heeft geen enkele impact op de kwaliteit van de toekomstige prestaties van het dier. Men moet wel rekening houden met een wachttermijn van enkele dagen in verband met de dopingproblematiek. Eénmaal sommige paarden de gebitsverzorging gewoon zijn, kan het gebruik van een sedativum bij deze dieren achterwege gelaten worden.

Besluit

Ga er niet van uit dat uw paard geen gebitsverzorging nodig heeft omdat het dier schijnbaar goed eet en perfect berijdbaar is. Elk paard ontwikkelt vroeg of laat gebitsafwijkingen die een invloed hebben op het welzijn en en de prestaties. Het is belangrijk deze problemen in een vroeg stadium op te sporen en in de kiem te smoren. Preventieve gebitsverzorging is één van die onmisbare schakels voor het behoud van een gezond paard.

Laatste aanpassing: 13/09/2017 08:39:39 - Bannerfoto © Prof. Dr. Lieven Vlaminck - Faculteit Diergeneeskunde Universiteit Gent