// Blij op de wei

Op de weide voelen paarden zich 'kip'-lekker. Ook bijvoorbeeld in de winterse sneeuw, de voor- en najaarse regenbuien, en de zomerse zonnestralen, zullen ze meestal liever op de weide staan dan in een stal.
Elk seizoen brengt echter specifieke uitdagingen met zich mee. Dit dossier overloopt waarop u moet letten om paarden het jaar rond 'blij op de wei' te houden.

In 2011 stelde de Raad voor Dierenwelzijn, na constructief overleg waarbij ook het Vlaams Paardenloket werd betrokken, volgende advies op:
 

“De paarden die buiten worden gehouden, moeten kunnen opgestald worden of, indien dit niet het geval is, over een natuurlijke beschutting of een schuilhok beschikken.”
 

Bovenstaande werd vanaf 10 januari 2013 ook bij wet verplicht:

Wie  paarden op de weide houdt, moet dus sinds die datum beschikken over de mogelijkheid om paarden op te stallen. Heeft men die mogelijkheid niet, dan moet er op de weide beschutting voorzien zijn, ofwel in de vorm van een schuilhok, ofwel in de vorm van natuurlijke beschutting.

» Klik hier voor een volledig dossier over beschutting op de weide.

In de bijlage van het advies lijstte de raad ook richtlijnen op voor het houden van paardachtigen in de weide.  Hierbij werd er rekening mee gehouden dat de behoeften van paardachtigen sterk afhankelijk zijn van het ras, de leeftijd en andere individuele variaties.
Voor alle duidelijkheid: In tegenstelling tot het advies hierboven, werden de richtlijnen niet omgezet in wetgeving. Ze worden echter wel gebruikt door de inspecteurs van de Inspectie Dierenwelzijn van de FOD Volksgezondheid bij controles over het naleven van de wetgeving inzake dierenwelzijn en zijn natuurlijk ook een goed kader voor iedereen die paarden op de weide houdt. Ze vormen dan ook, samen met onze eigen aanvullingen, de rode draad doorheen dit dossier.
Hieronder kan u de originele, door de Raad voor Dierenwelzijn gepubliceerde, richtlijnen en een folder van de FOD Volksgezondheid bekijken. 

 

Paarden op de weide | Advies en richtlijnen Raad voor Dierenwelzijn:  
Lees online   of   Download

Paarden op de weide | Folder FOD Volksgezondheid:  
Lees online   of   Download


» Volgende pagina

1. Afsluitingen

Afsluitingen met houten dwarslatten en daarvoor een elektrische geleiding, zijn ideaal voor paarden. Deze zijn eerder duur, maar voor de paarden zeker het veiligst. U heeft er bovendien sinds 2011 geen bouwvergunning meer voor nodig.
Voor elektrische geleiding is er draad, koord of lint beschikbaar op de markt. Wanneer de benen van het paard erin verstrikt raken, heeft dit vaak verschrikkelijke gevolgen. Let er dus op dat het materiaal van uw keuze gemakkelijk kan breken. Dat prikkeldraad uit den boze is, hoeft geen verder betoog.


Over afsluitingen zeggen de richtlijnen van de Raad voor Dierenwelzijn het volgende:

 

"De afsluiting moet aangepast zijn aan de dieren die zich in de weide bevinden. Ze moet voorkomen dat de paarden ontsnappen. Daartoe moet ze stevig en hoog genoeg zijn, met aandacht voor de onderkant, rekening houdend met de schofthoogte van het paard."
 

 

Verder geeft men volgende richtlijnen mee: 

  • De minimale hoogte van de afsluitingen is 1,25m voor paarden, 1m voor pony's en 1,4m voor hengsten.
  • De afsluiting moet zeer goed zichtbaar zijn (brede dwarsplanken worden sterk aanbevolen).
  • De afsluiting moet in goede staat zijn en scherpe hoeken moeten vermeden worden.
  • Een bevestigde prikkeldraad en gaas moeten worden verboden, aangezien dit ernstige verwondingen veroorzaakt vooral wanneer de prikkeldraad losser gaat hangen. Er moet zich steeds een elektrisch geleidende draad, band of bij voorkeur koord, voor dit soort afsluiting bevinden.
  • Een bijkomende elektrisch geleidende draad, band of bij voorkeur koord is een pluspunt, en is onontbeerlijk wanneer er geslachtsrijpe hengsten worden gehouden.
 

Landbouwconsulent Marc Coussement stelde een volledig overzicht op van de meest (en minst) geschikte weideafsluitingen voor paarden. Het Vlaams Paardenloket verzorgde daarnaast een brochure rond de te respecteren afstanden voor omheiningen en beplantingen. Ook deze dossiers kan u op deze website vinden.
» Klik hier voor het online dossier 'De meest geschikte afsluitingen voor paarden'.
» Klik hier voor het online dossier 'Regels voor het plaatsen van omheiningen en beplantingen'.


» Volgende pagina

2. Water

Bij hoge temperaturen kan een paard tot 60 liter per dag drinken. Vergeet ook  in de winter niet om ervoor te zorgen dat uw paarden genoeg, onbevroren, drinkbaar water ter beschikking hebben.

Hierover zeggen de richtlijnen van de Raad voor Dierenwelzijn het volgende: "De paarden moeten hun dorst meerdere keren per dag kunnen lessen."
 

 

  • De vereiste hoeveelheid water zal afhangen van paard tot paard en de weersomstandigheden en er is minstens 5 liter nodig per 100 kg levend gewicht per dag (25 à 50 liter/dag/volwassen paard). Deze hoeveelheid zal groter zijn wanneer de temperaturen hoger liggen en/of na inspanningen, alsook in bepaalde situaties, wanneer bijvoorbeeld een merrie zoogt. De interactie met de voedersamenstelling is ook belangrijk.
  • De paarden moeten toegang hebben tot drinkbaar water. Tijdens de vriesperiode moet de toegang worden behouden door de vereiste maatregelen te treffen om het water te verhinderen om te bevriezen."


Op onze website vindt u trouwens normen rond drinkbaar water voor paarden.
» Klik hier voor meer info over de normen rond drinkbaar water voor paarden.


» Volgende pagina

3. Voedsel

Niet te weinig….

Hou het gras en de paarden op uw weide goed in het oog. Staat er niet meer genoeg gras om alle paarden voldoende te voeden, dan moet u meteen extra voedsel voorzien. Dat zeggen ook de richtlijnen van de Raad voor Dierenwelzijn:"De paarden moeten kwalitatief en voldoende voedsel krijgen dat overeenstemt met hun behoeften."

 

 

 

 

  • De hoeveelheid gras van de weide moet van voldoende kwaliteit zijn, en aangepast aan de hoeveelheid dieren en hun behoeften. Deze behoeften zullen groter zijn bij koude weersomstandigheden of bij inspanningen of nog wanneer de merrie drachtig is of zoogt. De behoeften zullen daarentegen soms zeer beperkt zijn bij paarden met hoefbevangenheid en/of obesitas (komt frequent voor bij bepaalde ezels en pony’s).
  • Te veel en te rijk gras kan, voornamelijk in het voorjaar, schadelijk zijn en leiden tot hoefbevangenheid en obesitas.
  • Wanneer er geen voldoende gras is in de weide, moet er bijkomend voedsel (veelal hooi of voordroog) van buitenaf worden verschaft. Dit extra voedsel moet voldoen aan de vereisten inzake kwaliteit en kwantiteit. Indien nodig moet de paardenhouder geschikte voedervoorzieningen gebruiken (bv. een overdekte ruif).
  • De weide moet goed onderhouden worden, zodat er zich geen planten bevinden die giftig zijn voor de paarden (taxus, lupinen, ranonkel, jacobskruiskruid, ….)."


…maar zeker ook niet te veel!

Opgelet met de eerste weidegang van het jaar: Paarden hebben een zeer gevoelig spijsverteringsstelsel. Een abrupte wijziging in hun voeding is zeker niet zonder gevaar. Zet paarden die lange tijd geen gras hebben gegeten nooit met een lege maag op de weide. U kan ze best zeer geleidelijk aan het verse groene gras laten wennen. Begin de eerste dag met een korte weidegang die stelselmatig verlengd kan worden.
Een overvloed aan mals, jong en rijk gras resulteert al te vaak in hoefbevangenheid of koliek. Belangrijk daarbij is het aandeel fructaan in het gras. Dit is een soort suiker die door het gras wordt aangemaakt onder invloed van zonlicht. Wanneer het gras goed kan groeien wordt het fructaan verder verwerkt tot bouwstof. Maar wanneer dit niet het geval is – wegens te lage temperatuur, te weinig water of te weinig voedingsstoffen – loopt het fructaangehalte op. Gras met een hoog fructaangehalte kan hoefbevangenheid veroorzaken.
 

Nuttige versus giftige planten

Regelmatig sluipen er giftige planten tussen de graszoden. Ook nabij de weide gelegen bomen of struiken (schors, bladen, vruchten,...) kunnen giftig zijn.
Sommige kruiden zijn dan weer zeer heilzaam voor paarden. Het is belangrijk voor paardenhouders om zowel de giftige als de nuttige planten en kruiden te kennen.

» Klik hier voor meer informatie over giftige planten.
» Klik hier voor meer informatie over nuttige kruiden.

 

Meer info

Op deze website vindt u uitgebreide informatie over voeding van paarden:
» Klik hier voor een brochure, een computerprogramma en meerdere presentaties rond voeding van paarden.


» Volgende pagina

4. Beschutting

Staan uw paarden permanent op de weide? Dan moet u sinds 10 januari 2013 verplicht de mogelijkheid hebben om deze paarden op te stallen. Heeft u die mogelijkheid niet, dan moet er op de weide beschutting voorzien zijn, ofwel in de vorm van een schuilhok, ofwel in de vorm van natuurlijke beschutting.

Hoewel deze niet verplicht zijn, formuleerde de Raad voor Dierenwelzijn enkele bijkomende richtlijnen rond deze materie:"De paarden die buiten worden gehouden, moeten kunnen opgestald worden of over beschutting beschikken."

 

 

  • "De beschutting kan een natuurlijke beschutting (bomen, hagen,…) of een schuilhok zijn, die de paarden voldoende bescherming biedt tegen de wind, de regen en de hitte (schaduwzone).
  • Tijdens de winter, als de beschutting natuurlijk is, moet deze voldoende bescherming bieden. Als dat niet het geval is, moet men de mogelijkheid hebben om de paarden in een andere weide te plaatsen, of ze op te stallen. Indien dat niet mogelijk is, moeten de dieren over een schuilhok beschikken.
  • In de beschuttingzone moeten alle dieren zich tegelijkertijd kunnen terugtrekken en de beschutting moet bij voorkeur breder dan diep zijn.
  • De beschutting moet met de gesloten kant naar de dominante windrichting georiënteerd staan in de winter, maar in de zomer mogen de zijwanden weggelaten worden.
  • Tijdens de zomer moet de beschutting een goed geventileerde schaduwzone verschaffen.
  • Tijdens de winter moet de beschutting drie gesloten kanten hebben met een aangepaste opening voor ventilatie.
  • De bodem moet voldoende droog en comfortabel zijn.
  • De minimale oppervlakte per dier is in functie van de schofthoogte als volgt, maar voor het dierenwelzijn is een grotere oppervlakte sterk aanbevolen: Schofthoogte <120cm: 4 m² | Schofthoogte 120-134cm: 4,5 m² | Schofthoogte 134-148cm: 5,5 m² | Schofthoogte148-162cm: 6 m² | Schofthoogte162-175cm: 7,5 m² | Schofthoogte >175cm: 8 m²
  • Het dak van het schuilhok moet minimaal 0,8m hoger zijn dan de schofthoogte van het paard en uit materialen bestaan, die beschutting bieden tegen warmte en koude.
  • Indien meerdere paarden op de weide staan moet de toegang voldoende breed zijn."
     

» Klik hier voor een volledig dossier over beschutting op de weide.


» Volgende pagina

5. Te warm of te koud?

Op gebied van temperatuur ligt de “comfortzone” van mens en paard ver uit elkaar. Paarden beschikken ook over efficiënte compensatiemechanismen zowel bij lage als bij hoge temperaturen. Ze zullen dus met andere woorden minder snel nood hebben aan een stal of beschutting dan wij denken. Ook het gebruik van dekens moet weloverdacht gebeuren. Een paard heeft hier in de winter, als het volledig gezond en ongeschoren is, immers geen nood aan.

Hierover vindt u wetenschappelijk gefundeerde info in de presentatie van Professor Piet Deprez (UGent) over “Voeding en temperatuurregeling bij het paard”.

Presentatie prof. dr. Piet Deprez

In 2011 besprak prof. dr. Piet Deprez (UGent) tijdens de Infovoormiddag Houden en Verzorgen van Paarden het verband tussen de voeding en de temperatuurregeling bij paarden.
Hieruit bleek dat, indien ze de vereiste voeding ter beschikking krijgen, het Vlaamse klimaat zeer geschikt is voor paarden.


Presentatie: Voeding - temperatuurregeling bij het paard | Prof. Dr. Piet Deprez (Infovm. 2011)
 
Lees online   of   Download

» Volgende pagina

6. Weidebeheer

Onderhoud uw weiden op een doordachte manier.

Het is van belang paardenweiden goed te onderhouden, met een aangepaste bemesting ¬– zeker niet te veel stikstof ¬– en onkruidbestrijding.

Te rijk en eiwitrijk gras is gevaarlijk voor paarden. Gras geeft op zich reeds een overaanbod aan eiwit. Weiden die te rijk zijn en/of veel klaver bevatten, geven een overaanbod aan eiwit, met risico op hoefbevangenheid, koliek en trommelzucht. Omdat het eiwitgehalte sterk afhankelijk is van de bemesting moet u voor paardenweiden zeer zuinig zijn met het toedienen van stikstof.

In de brochure “Grasland voor paarden” van ADLO vindt u o.a. nuttige tips voor bemesting van weiden. Daarbij is een regelmatige grondontleding van groot belang. Wanneer deze aangeeft dat de grond verzuurd is dan zal het nodig zijn te “kalken”. Om de bodemvruchtbaarheid van uw paardenweide te bepalen, stelde de Bodemkundige Dienst van België een pakket samen voor de analyse van de belangrijkste parameters. Dit standaardpakket bestaat uit de bepaling van:  

  • De grondsoort
  • De zuurtegraad
  • Het koolstofpercentage
  • De gehaltes aan fosfor, magnesium, kalium, natrium en calcium

Bijkomend aan het standaardpakket kan u een supplementaire bepaling laten uitvoeren van zwavel, koper en kobalt. Zwavel is een essentieel voedingselement voor het gras en is, samen met stikstof, noodzakelijk voor de vorming van eiwitten. Het belang van koper en kobalt ligt voornamelijk op het vlak van paardenvoeding: Koper voor een mooie beharing, kobalt voor de aanmaak van het vitamine B12.

Ook in de richtlijnen van de Raad voor Dierenwelzijn wordt de noodzaak aan een goed weidebeheer benadrukt:

 
 "Goed weilandbeheer wordt sterk aanbevolen, zoals toepassing van wisselweiden, weidebloten, mest verwijderen, en gemengde beweiding met schapen of runderen, waardoor wormbesmetting meer kan worden beperkt, en het gras beter kan groeien."
 
U leest hierover meer in verschillende dossiers op onze website:

» Klik hier voor de brochure 'Grasland voor paarden'.
» Klik hier voor een dossier rond bemesting van paardenweides.


» Volgende pagina

7. Inenten en ontwormen

Het advies van de Raad voor Dierenwelzijn vermeldt dat “de paarden oordeelkundig ontwormd moeten worden”.

Vergeet dit zeker niet. Uw paarden moeten goed ontwormd worden en ingeënt zijn tegen griep, tetanos en rhinopneumonie. Laat u hiervoor bijstaan door een dierenarts.
» Klik hier om een voor meer informatie rond vaccinatie en ontworming.


» Volgende pagina

8. Algemene verzorging, gezondheid, insecten,...

Tenslotte vermeld de Raad voor Dierenwelzijn in haar richtlijnen nog het volgende:
 

  • "De gezondheidstoestand en het dierenwelzijn moeten dagelijks worden gecontroleerd, onder meer hun algemene toestand en de eventuele aanwezigheid van blessures, kreupelheid en andere ziektetekenen. De merries die op het punt staan om te veulenen moeten onder toezicht gehouden worden, eventueel met technische hulpmiddelen.
  • De geblesseerde of zieke dieren moeten adequaat worden gehuisvest, behandeld en verzorgd.
  • De hoeven moeten tijdig bekapt en verzorgd worden.
  • De weide moet een droge en comfortabele ruimte bieden aan de paarden waar ze voldoende bewegingsvrijheid hebben.
  • Een bijzondere aandacht zal moeten worden besteed aan de bescherming tegen insecten (dazen, vliegen, …), met speciale aandacht voor paarden met zomerschurft.
  • Een paard is een kuddedier en contact met soortgenoten is een fundamentele voorwaarde voor zijn welzijn. Het houden van een paard zonder minstens visueel contact met soortgenoten is niet aanbevolen, aangezien de behoeften van het paard op die manier niet worden gerespecteerd.
  • Het gezelschap van andere diersoorten kan enigszins de eenzaamheid van een paard verhelpen, maar kan in geen geval zijn soortgenoten perfect vervangen."


Hou deze richtlijnen niet enkel goed in het achterhoofd, maar tracht ze ook zo goed mogelijk na te leven. Alleen zo houdt u paarden het jaar rond gelukkig in hun favoriete verblijfplaats: de weide.


Laatste aanpassing: 13/09/2017 09:02:19 - Bannerfoto © Vlaams Paardenloket - KVM