// Manege- en pensionstalhouders in Vlaanderen - Economisch en maatschappelijk belang van het beroep

In 2015 telde Vlaanderen een 470-tal maneges en pensionstallen. Paarden zijn populairder en - mede dankzij deze bedrijven - ook toegankelijker dan ooit.
 

Maneges en pensionstallen vormen één van de belangrijkste subsectoren van de Vlaamse paardenhouderij. Niet alleen op economisch vlak maar ook sociaal gezien, leveren ze een grote bijdrage aan de Vlaamse maatschappij. Dat blijkt uit verschillende onderzoeken die de voorbije jaren door het Vlaams Paardenloket, nu PaardenPunt Vlaanderen, studiebureaus en universiteiten werden uitgevoerd.


Dit dossier zet de belangrijkste aspecten van de economische en sociale meerwaarde van beide beroepen op een rijtje. Hiernaast worden ook nog andere interessante onderzoeksresultaten met betrekking tot manege- en pensionstalhouders besproken.



» Volgende pagina

1. Manegehouders versus pensionstalhouders: Definities

Het woord 'manege' kent een strikte definitie:
 

“Instelling waar men kan (leren) paardrijden” (Van Dale).  
Op een manege wordt les gegeven aan derden met paarden in eigendom van de manegehouder.  Een manege onderscheidt zich van een paardenpension/pensionstal/ privéstal omwille van het publieke karakter.”


Helaas wordt dit begrip vaak foutief gebruikt. Een rijhal of binnenpiste wordt wel eens verkeerdelijk een “manege” genoemd en men gebruikt het woord ook vaak als verzamelnaam of synoniem voor de diverse bedrijfstypes binnen de paardenhouderij (fokkerij, handelsstal, pensionstal, africhtingsstal,…).
 

Vooral pensionstallen worden al te vaak als "manege" bestempeld. Nochtans is de 'pensionstal' een heel ander bedrijftype:
 

“Het geven van kost en inwoning tegen vaste betaling” (Van Dale).
Bedrijf dat paarden van derden stalt, al dan niet met inbegrip van het aanbieden van verzorging (voeding, poetsen, beweging…) en rijfaciliteiten. Een paardenpension/pensionstal/privéstal onderscheidt zich van een manege omwille van het privékarakter. Het bedrijf is enkel toegankelijk voor de eigenaars van de gestalde paarden en de door hen aangestelde derden."


Manegehouders kunnen, net als bijvoorbeeld fokkers, handelaars, africhters,…,  wel eens een aantal paarden of pony’s “in pension” hebben staan om extra – zekere – inkomsten te genereren of eventuele leegstaande stallen te vullen. Maar dit betekent nog niet dat een manegehouder en een pensionstalhouder hetzelfde beroep uitoefenen:
Een pensionstal is vaak kleinschaliger – meestal een eenmanszaak – en wordt niet zelden uitgebaat door voormalige landbouwers die een herbestemming zochten voor hun bedrijf. Een pensionstal , wordt beschouwd als een “aan de landbouw verwant” bedrijf en kan dus mogelijks in landbouwzone ingeplant worden. 
Een manege leunt veel sterker aan bij de ontspanningssfeer en hoort thuis in recreatiegebied.

Ondanks dit duidelijke onderscheid, maakten onderzoekers en studiebureaus door de jaren heen geen duidelijk onderscheid tussen beide bedrijfstypes. Men spreekt vaak over “maneges”, terwijl de resultaten in feite zowel op maneges als pensionstallen betrekking hebben. 


» Volgende pagina

2. Het economisch belang van de manege- en pensionstalhouderij in België en Vlaanderen

Tijdens het laatste decennium werd het economisch belang van de Belgische en Vlaamse paardenhouderij meermaals onderzocht. Ook de maneges en pensionstallen kwamen daarbij aan bod. Hieronder vindt u een chronologisch overzicht van de belangrijkste bevindingen (periode 1999 tot 2012).


1. 1999 - 2003 | UGent

In 2003 voerde de Universiteit Gent in opdracht van de Belgische Confederatie van het Paard een onderzoek uit naar het economisch belang van de Belgische paardensector. Vanwege de schaarse beschikbare statistieken (NIS, NBB) baseerden de onderzoekers zich ook op documentatie aangeleverd door de sector en zelf uitgevoerde interviews, enquêtes en observaties.  De verzamelde info heeft betrekking op de periode 1999-2003 en, zoals eerder aangehaald, op de volledige Belgische paardensector.

Deze studie maakte geen onderscheid tussen maneges en pensionstallen. Het aanbieden van pension wordt aanzien als een manege-activiteit en beide bedrijfstypes werden dus onder de noemer "manege" behandeld.
 

Enkele vaststellingen (België)

  • De studie schatte op dat moment het aantal maneges en pensionstallen in België op een 750-tal. Omdat ze vaststelden dat er erg veel kleine, moeilijk vindbare, maneges bestonden, schoven de onderzoekers dit getal met enige voorzichtigheid naar voren. Navema (Nationaal Verbond van Manege-uitbaters) telde ongeveer 300 leden op nationaal vlak, maar het effectieve aantal was veel groter.
  • Grotere maneges en pensionstallen hadden gemiddeld 30 tot 40 paarden op stal staan (pensionpaarden en manegepaarden).
  • Er werd meestal een uitgebreid dienstenpakket aangeboden. Dit kan erop wijzen dat er op dat moment in België weinig 'zuivere' pensionstallen aanwezig waren en dus veel manegehouders ook paarden in pension hadden staan. Hierop gaat de studie echter niet dieper in.
  • De gemiddelde omzet per manege/pensionstal bedroeg 117.000 euro.
  • De tewerkstelling omvatte gemiddeld 2,3 arbeidseenheden per manege/pensionstal.
  • De gemiddelde toegevoegde waarde bedroeg 37.600 euro per grote manege/pensionstal (#120) en werd voor kleinere maneges/pensionstallen, waarvan geen jaarrekening geraadpleegd kon worden, geschat op 18.800 euro (#630). De berekende toegevoegde waarde voor alle maneges/pensionstallen werd als volgt berekend:
  1.000 euro
Grote bedrijven 120 X 37.600 = 4.512
Kleine bedrijven 630 X 18.800 = 11.840
Totaal 16.356 afgerond 16.350 euro voor alle bedrijven

2. 2007 - 2008 | Vlaamse overheid

In opdracht van de Vlaamse minister-president stelde het bedrijf Policy Research in 2008 een onderzoek voor dat de economische waarde van de paardensector op Vlaams niveau uit de doeken deed. De resultaten hadden voornamelijk betrekking op het jaar 2007.

Omdat er weinig betrouwbare economische statistieken voorhanden waren, dienden de onderzoekers veel gegevens zelf te verzamelen. De cijfers zijn voornamelijk gebaseerd op interviews met bedrijfsleiders en documentatie van de beroepsorganisatie Navema. Policy Research maakte wel een duidelijk onderscheid tussen maneges en pensionstallen.
 

Enkele vaststellingen met betrekking tot maneges (Vlaanderen)

  • Vlaanderen telde ongeveer 400 maneges.
  • Ze realiseerden een jaarlijkse omzet van 65 miljoen euro. Inclusief opbrengsten uit georganiseerde wedstrijden en de cafetaria. 
  • De Vlaamse maneges stalden samen ongeveer 18.100 paarden. Elk paard genereerde gemiddeld ongeveer 3.620 euro omzet per jaar (of circa 300 euro per maand).
  • Samen stelden de ze een 685-tal personen voltijds te werkIn een manege werken 1 of meer manegehouders bijgestaan door bijvoorbeeld lesgevers en paardenverzorgers.
  • Per 25 paarden werkte er ongeveer 1 fte op het bedrijf.

 

 De studie deelde de maneges op in vijf categorieën.

 

De gehele sector van de paardenhouderij wordt opgedeeld in 3 pijlers:

  • Fokkerij
  • Gebruik
  • Beroepen en opleidingen.

Binnen de pijler 'gebruik' vormden de maneges en pensionstallen veruit de grootste deelsector qua omzet, toegevoegde waarde en werkgelegenheid.

 


 

Ook wanneer de volledige paardensector in aanmerking genomen werd, bleek de manege- en pensionstalhouderij de belangrijkste werkgever.
Deze deelsector genereerde na de verkoop van paardenvlees bovendien ook de grootste toegevoegde waarde.

 

 

 

Enkele vaststellingen met betrekking tot pensionstallen (Vlaanderen)

De onderzoekers konden slechts een beperkt aantal betrouwbare gegevens rond pensionstallen verzamelen. Daarom werden er slechts enkele voorzichtige inschattingen gemaakt:

  • Policy Research schatte het aantal paarden op de pensionstallen op 53.500. 
  • Er zouden ongeveer even veel paarden op een pension als bij privéeigenaars gestald staan.
  • Het maandelijks pensiongeld bedroeg vermoedelijk 200 euro.
  • De uitgaven aan pensionstallen zouden circa 128,4 miljoen euro per jaar bedragen.

3. 2011 - 2015| Vlaams Paardenloket

 

Aantal

Volgens tellingen van het Vlaams Paardenloket zijn er momenteel (juni 2015) een 466-tal maneges, pensionstallen en gemengde bedrijven actief in Vlaanderen. In juli 2014 waren dat er nog 434. Dit betekent dat het aantal maneges, pensionstallen en gemengde bedrijven op 11 maanden tijd met iets minder dan 7,4% toenam.
Alle provincies kregen er tussen 7 en 9 bedrijven bij. Enkel in Limburg bleef het aantal onveranderd.

De provinciale verdeling ziet er als volgt uit:

 

 

Verhouding

In september en december 2012 richtte het Vlaams Paardenloket twee digitale enquêtes naar de manege- en pensionstalhouders in haar bestand. De eerste had betrekking op verkeersveiligheid en de tweede op een mogelijk kwaliteitslabel voor maneges en pensionstallen.

In beide bevragingen werd getracht een opdeling te maken tussen de maneges, de pensionstallen en de gemengde bedrijven. Dit leidde tot tegenstrijdige resultaten.
 


 

Gezien de bevraging van september slechts 53 respondenten telt en de enquête van december maar liefst 209 antwoorden verzamelde, liggen deze recentste cijfers waarschijnlijk het dichtst bij de waarheid. Dit zou betekenen dat meer dan de helft van de bedrijven zichzelf als pensionstal beschouwt en dat iets meer dan een kwart van hen als manege naar buiten komt.

Het overwicht van de pensionstallen wordt bevestigd als we naar de verhouding tussen het aantal gestalde pensionpaarden (klantenpaarden) en manegepaarden (eigen paarden) gaan kijken. 34,6% van de bedrijven had enkel pensionpaarden op stal en 7,7% van hen stalde enkel manegepaarden. De resultaten van de studie die in september plaatsvond, wijzen eerder op een evenredige verdeling, maar zijn, zoals eerder vermeld, minder betrouwbaar.
 

Onderstaande grafiek geeft het percentage pensionpaarden per bedrijf weer. 
 


 

Kostprijzen

 Het onderzoek van december 2012 ging daarnaast ook in op de kostprijs van de aangeboden diensten:

  • Bijna 49% van de uitbaters vond 11 tot 15 euro een haalbare prijs voor een uur groepsles met een manegepaard. 28% was van oordeel dat de prijs tussen 16 en 20 euro zou moeten liggen en 13% zou deze liever tussen 21 en 25 euro zien bedragen.
  • Voor een uur groepsles met een eigen paard vond 45% een bedrag tussen 5 en 10 euro een haalbare prijs. 29% is van oordeel dat deze tussen 11 en 15 euro zou moeten liggen en 11% zou liefst tussen 16 en 20 euro aanrekenen.
  • De haalbare prijs voor een uur privéles lag voor 9% tussen 16 en 20 euro, voor 24% tussen 21 en 25 euro, voor 24% tussen 26 de 30 euro en voor 21% tussen 31 en 35 euro. 18% van de uitbaters was van oordeel dat de haalbare prijs voor een uur privéles boven 35 euro moet liggen.
  • Voor een maand pensionstalling zou volgens 44,8% van de uitbaters een haalbare prijs tussen 201 en 300 euro moeten liggen. Het aantal respondenten dat deze tussen 301 en 400 euro legt, is exact even groot. 6,4% is van oordeel dat de prijs hoger moet liggen dan 400 euro om haalbaar te zijn.

Bronnen

  • Het Economisch Belang van de Paardensector | April 2003 | Universiteit Gent – Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen – Vakgroep Landbouweconomie – Jacques Viane; Xavier Gellynck; Tania De Belder | In  opdracht van de Belgische Confederatie van het Paard
  • De paardensector als economische en maatschappelijke actor in Vlaanderen. Een analyse van het economisch en sociaal-maatschappelijk profiel en belang van de Vlaamse paardenhouderij. | 16 oktober 2008 | Policy Research Corporation
     
  • Vlaams Paardenloket (nu PaardenPunt Vlaanderen) | Eigen onderzoek

» Volgende pagina

3. Maatschappelijk belang van manege- en pensionstalhouders in Vlaanderen

Het maatschappelijk belang van de beroepen manege- en pensionstalhouder werd in de periode 1999 tot 2011 door verschillende studies aangetoond. Onderzoekers baseerden hun bevindingen op praktijkbezoeken, interviews en enquêtes.  Hier volgt een overzicht van de belangrijkste elementen.


1. Gedeeld maatschappelijk belang beide bedrijfstypes

 

a. Opinion Leader

Manege- en pensionstalhouders zijn een belangrijke bron van informatie over paardenwelzijn, ruitersport, verzorging, recreatie,…, voornamelijk voor klanten en contacten die recreatief met paarden bezig zijn. Als bedrijfsleider worden zij vaak aanzien als specialist en hechten informatiezoekers veel belang aan hun mening en advies. Dit wordt bevestigd door een onderzoek van de LEI Wageningen UR. Het is dus erg belangrijk dat manege- en pensionstalhouders de juiste informatie verspreiden en weten waar ze zelf terecht kunnen met hun vragen. Ze dienen ook het goede voorbeeld te geven.
 

b. Communicatiekanaal voor een moeilijk bereikbare groep binnen de paardensector

Een erg grote groep paardenliefhebbers is niet aangesloten bij  een hippische organisatie en valt dus moeilijk te traceren. Policy Research kon daarom in haar onderzoek naar de economische waarde van de Vlaamse paardenhouderij (2008) moeiljk inschatten uit hoeveel recreanten deze groep daadwerkelijk bestond. 
Omdat ze geen magazines of berichten van clubs of andere hippische verenigingen ontvangen, is het bovendien erg moeilijk om naar deze liefhebbers te communiceren. Er valt nochtans veel belangrijke info te melden (regelgeving, nieuwe recreatieve mogelijkheden,…) en het belang van voorlichting is in de paardensector erg groot (paardenwelzijn, veiligheid,…).

Uit het onderzoek van de LEI Wageningen UI blijkt dat mensen die enkel recreatief in aanraking komen met paarden en niet aangesloten zijn bij een hippische organisatie, significant meer dan gemiddeld voor informatie ten rade gaan bij de manege of pensionstal (30%).  De groep van ruiters die niet aangesloten was bij een hippische organisatie/vereniging bedroeg 25% van alle respondenten. Ze kwam ook significant meer dan gemiddeld voor het eerst met paarden in contact via een manege. 

 

c. Streven naar kwaliteit

Syntra kende in samenwerking met de beroepsorganisatie Navema enige tijd geleden een kwaliteitslabel toe aan maneges en pensionstallen met als doel kwalitatieve bedrijven te belonen en potentiële stageplaatsen te  evalueren. Manege- en pensionstalhouders konden zich hiertoe vrijwillig laten evalueren door een specialist die op het bedrijf een inspectie uitvoerde. Gezien beide bedrijfstypes aanzielijk van elkaar verschillen, bestonden er aparte checklisten en criteria voor maneges en pensionstallen.  

Policy Reasearch ontdekte dat 27 maneges- en pensionstallen (circa 7%) in 2007 over een Syntra-kwaliteitslabel beschikten. 

In 2011 bekeek vzw Vlaams Paardenloket bij wijze van zij-onderzoek aan haar bekendheids- en tevredenheidsstudie hoe groot de vraag naar een kwaliteitslabel bij manege- en pensionstalhouders was. Hieruit bleek dat meer dan de helft in de toekomst wou deelnemen. Heel wat manege- en pensionstalhouders dragen kwalitatieve dienstverlening dus hoog in het vaandel en er bestaan wel degelijk mogelijkheden voor de sector om dit ten volle na te streven en het goede voorbeeld te geven.

 

d. Evenwicht in het aantal mannelijke en vrouwelijke bedrijfsleiders

Terwijl vrouwen 51% van de totale bevolking uitmaken en 46,8% van de beroepsactieve bevolking, maken vrouwelijke ondernemers echter slechts 35,2% uit van het totale aantal ondernemers in Vlaanderen verklaarden 7 Vlaamse politici toen ze in 2011 een voorstel formuleerden rond het bevorderen van vrouwelijk ondernemerschap. In de landbouwsector stelde de Vlaamse Landbouwadministratie zelfs vast dat slechts 11% van de bedrijfsleiders vrouwelijk was. 

In het kader van een bekendheids- en tevredenheidsonderzoek sprak vzw Vlaams Paardenloket met 109 manege- en pensionstalhouders. 47,7% van hen was een man en 52,3% was een vrouw, een quasi evenwichtige verdeling.

In september en december 2012 nam het Paardenloket nog 2 bijkomende enquêtes af bij manege- en pensionstalhouders. De resultaten liepen gelijk op maar het overwicht lag in december 2012 wel bij de mannelijke bedrijfsuitbaters.


 

 

2. Specifiek maatschappelijk belang van manegehouders

 

a. Instroomkanaal voor de paardensector

De manege is voor een zeer grote groep van ruiters, paardenliefhebbers en paardeneigenaars de allereerste plaats waar zij ooit in contact kwamen met paarden. De instapdrempel is laag – nieuwelingen kunnen vaak les per les betalen en materiaal van de manege lenen – en bijna niemand zal een paard kopen zonder ooit les gevolgd te hebben.

 

Deze functie als instroomkanaal werd ook aangetoond door een onderzoek van de LEI Wageningen UR.  De studie had weliswaar betrekking op Nederland maar gezien de vele gelijkenissen met onze regio, geven de cijfers ook een goede indicatie van de Vlaamse situatie:
 

  • 48% van de 4267 respondenten kwam voor het eerst in contact met paarden via een manege (20% leerde paarden kennen vanuit een agrarische achtergrond en 3% was van thuis uit vertrouwd met paarden).
  • Manegeruiters worden tijdens diepte-interviews met hippische specialisten beschreven als de “paardeneigenaren van de toekomst”. 

 

b. Alternatief voor een “eigen paard”

De  paardensector kent de laatste jaren een sterke groei. Dit betekent onder andere dat heel wat nieuwelingen zich actief gaan bezig houden met paarden. Helaas heeft dit wel eens nare gevolgen. Zo gaan een aantal onder hen te snel over tot de aankoop van een paard zonder te beschikken over de nodige kennis en de geschikte accommodatie. Voor sommigen bleek deze hobby ook minder leuk dan initieel gedacht. In het beste geval vinden hun paarden snel een nieuwe thuis, maar financiële katers en zelfs verwaarlozing zijn helaas ook wel eens het gevolg van dergelijke ondoordachte aankopen.

Een manege biedt een goed alternatief voor het aankopen en houden van een eigen paard. Vaak kunnen geïnteresseerden op een manege ook paarden “leasen”. Dit betekent dat het dier eigendom blijft van de manege maar vaak exclusief voor een bepaalde klant gereserveerd wordt. Zo beschikt de klant quasi over een eigen paard en blijft de manegehouder verantwoordelijk.

 

c. Accommodatie voor sportclubs

Het merendeel van de sportclubs binnen de door bloso erkende Vlaamse Liga Paardensport (VLP) zijn gevestigd in een manege. Dit geldt ook voor sommige clubs van de, eveneens door Bloso erkende, Landelijke Rijverenigingen (LRV). Hierdoor zijn zij een onmisbaar element in de opleiding van competitieruiters en paarden.

 

d. Opvang en sensibilisering  van kinderen en jongeren

Voor veel kinderen en jongeren staat de vakantie volledig in het teken van een paardenkamp. Deze worden bijna altijd op maneges en door manegehouders georganiseerd.  

In 2007 namen in totaal 5.989 kinderen en jongeren deel aan 451 paardensportkampen. Hieronder vindt u een overzicht per federatie.
 


 

  • Daarnaast namen nog 3.814 kinderen deel aan ruitersportkampen bij andere e federaties.
  • De instructeurs waren hoofdzakelijk gekwalificeerde jobstudenten. Er werd gemiddeld 1 instructeur ingeschakeld per 7 deelnemers: In totaal werkten er 855 instructeurs of ongeveer 20 fte (= 855 x 5 dagen per instructeur / 220 werkdagen per jaar) op de kampen.
  • De gemiddelde prijs van een ruitersportkamp bedroeg ongeveer 250 euro.
  • De totale omzet van de ruitersportkampen bedroeg 0.95 miljoen euro (excl. VLP-kampen)
 

De UGent haalde in 2003 reeds het Landelijk ontmoetingcentrum in Peer als voorbeeld aan van een organisatie die door een manege(houder) ondersteund wordt bij de opvang en sensibilisering van kinderen en jongeren:
 

“Eén van de bezochte voorbeelden is het landelijk ontmoetingscentrum in Peer, waar verschillende recreatieve activiteiten worden georganiseerd. De paardenkampen zijn ontstaan door de aanwezigheid van een manege. Er zijn 18 paarden aanwezig en er is accommodatie mogelijk voor ongeveer 60 personen. Gedurende 11 weken worden paardenkampen georganiseerd met telkens ongeveer 30 kinderen. Het begeleidersteam bestaat uit 5 lesgevers. Het plattelandscentrum vormt min of meer het startpunt van het ruiterroutenetwerk. Het plattelandscentrum richt zich vooral op kortere afstanden en kleinere routes, waardoor gemakkelijker logies kunnen gevonden worden voor de deelnemers. Het paardrijden is eveneens geïntegreerd in de activiteiten van de plattelandsklassen.”

 

e. Ruitertoerisme

In 2003 stelde de UGrent reeds vast dat recreatieve paardrijden en mennen in de lift zat. De onderzoekers concludeerden daarentegen ook dat de beperktheid van bestaande accommodatie de verdere ontwikkeling van het ruitertoerisme belemmerde. Na 2003 kende het ruitertoerisme een grote “boom”. Tijdens de laatste jaren werden erg veel ruiter- en menpaden aangelegd en gerestaureerd. Hiervoor werden bijgevolg tal van nieuwe ruiter- en menkaarten gepubliceerd. Hoewel hier geen cijfers over beschikbaar zijn, is het duidelijk dat zowel van de paden als de kaarten veel gebruik wordt gemaakt. Bij de ontwikkeling van routes wordt steeds beoogd dat er voldoende kwalitatieve accommodatie langs het parcours beschikbaar is. De maneges fungeren hier als tussenstop waar ruiters, menners en paarden iets kunnen eten en/of drinken of eventueel als overnachtingsplaats waar de paarden ’s nachts gestald kunnen worden. 

 

f.  Hippotherapie,G-sport, EAT, EAC,…

Het gebruik van paarden voor menselijke therapie (fysiek, mentaal, sociaal,…)  is aan een opmars bezig en verschillende enthousiastelingen leveren op dit vlak al enige tijd een nuttige bijdrage. Heel wat manegehouders bieden in samenwerking met een gediplomeerd kinesist, dokter, psycholoog, psychiater,… therapeutische sessies aan: Een ritje te paard om de werking van bepaalde spieren te verbeteren (MS-patiënten, slachtoffers van een ongeval), een tinkerbedsessie om patiënten gerust te stellen met behulp van wiegende beweging en de nabjheid van paarden, opdrachten naast en met het paard om de psychologische toestand van een patiënt te kunnen inschatten,… 

 

Hiernaast bestaan er ook maneges die niet-therapeutisch paardrijden voor personen met  een handicap aanbieden (G-sport). De Vlaamse Liga Paardensport telt 16 clubs die op een manege officiële G-sportsessies op het programma hebben staan.

 

Tenslotte verwelkomen verschillende manegehouders zorgvragers op hun bedrijf. Dit kunnen niet enkel mensen met een verstandelijke of lichamelijke handicap zijn, maar ook jongeren uit de bijzondere jeugdzorg, (ex)-verslaafden, asielzoekers, kansarmen, langdurig werklozen, ouderen,… Zorgvragers worden betrokken bij het reilen en zeilen op de manege en/of krijgen er zelfs een dak boven hun hoofd. Deze projecten verlopen vaak in samenwerking met het steunpunt Groene Zorg.


3. Specifiek maatschappelijk belang van de pensionstalhouders

 

a. Verlichting druk op de ruimte in Vlaanderen

Dankzij de pensionstalhouderij moet niet iedereen die een eigen paard of pony wil houden hier ook de nodige accommodatie voor optrekken (stallen, omheiningen, pistes,…). In het reeds drukbebouwde Vlaanderen zou dit immers niet mogelijk zijn.

 

b. Een eigen paard voor mensen met beperkte tijd, mogelijkheden en faciliteiten

Een paard houden kost veel tijd en werk. Personen die minder vrije tijd hebben of bijvoorbeeld fysiek niet in staat zijn om een paard te verzorgen (stallen mesten, balen hooi en stro verplaatsen,…) bezinnen best even voor ze zo’n veeleisend dier in huis halen. Zijn zij niet tevreden met lessen en ritjes op een manegepaard, dan kunnen zij bijvoorbeeld een eigen paard kopen en bij een pensionstalhouder plaatsen. Hij/zij zal het dan van de nodige zorgen voorzien.


Heel wat paardeneigenaars beschikken daarnaast niet over de nodige ruimte (weiden,…) en accommodatie (stallen, berging,…) om een paard of pony op een correcte manier te houden. Zij krijgen bijvoorbeeld geen vergunning om gebouwen te plaatsen nabij hun woning of houden ervan om in een stedelijke omgeving of op een appartement te wonen. Ook voor hen biedt de pensionstalhouder de ideale oplossing. In praktijk gebeurt bijvoorbeeld ook dat mensen wel een weide hebben maar geen stallingen. In dat geval plaatsen zij hun dieren in de warmere seizoenen op de weide en huren zij een pensionstal tijdens de winter.


4. Bronnen

  • Bekendheids- en tevredenheidsonderzoek mbt het Vlaams Paardenloket | Voorjaar 2011 | vzw Vlaams Paardenloket
  • Voorstel van resolutie betreffende het bevorderen van het vrouwelijk ondernemerschap | 14 juni 2011 | Vlaams Parlement – Griet Smaers; Güler Turan; Goedele Vermeiren; Martine Fournier; Bart Van Malderen; Matthias Diependaele; Koen Van den Heuvel
  • Landbouw telt slechts 11% vrouwelijke bedrijfsleiders | 24 oktober 2011 | www.vilt.be Passie voor paarden – Een onderzoek naar de belevingswereld en het informatiezoekgedrag van paardenliefhebbers in Nederland | Maart 2009 | LEI Wageningen UR – Elvi van Wijk-Jansen; Kathalijne Visser-Riedstra; Jos Verstegen; Harrie Kortstee
  • De paardensector als economische en maatschappelijke actor in Vlaanderen. Een analyse van het economisch en sociaal-maatschappelijk profiel en belang van de Vlaamse paardenhouderij. | 16 oktober 2008 | Policy Research Corporation
  • Het Economisch Belang van de Paardensector | April 2003 | Universiteit Gent – Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen – Vakgroep Landbouweconomie – Jacques Viane; Xavier Gellynck; Tania De Belder | In  opdracht van de Belgische Confederatie van het Paard

» Volgende pagina

4. Enkele onderzoeksresultaten met betrekking tot de manege- en pensionstalhouders

  • In 2011 stelde het Vlaams Paardenloket vast dat manege- en pensionstalhouders hun bedrijf gemiddeld reeds 16 jaar uitbaatten. Uit een gelijkaardig onderzoek uit 2012 bleek dan weer dat ze gemiddeld 10 jaar aan het roer stonden (maximaal 48 jaar en minimaal 1 jaar).
  • Volgens het onderzoek van 2011 was 87,2% van de manege- en pensionstallen aangesloten bij een hippische organisatie (meestal VLP of Navema). Van de deelnemers aan de studie uit 2012 bleek 55,2% aangesloten te zijn. Dit gold vooral voor de maneges (80,7%). Van de pensionstalhouders was slechts 43,6% aangesloten bij een hippische organisatie.
  • Drie bevragingen van vzw Vlaams Paardenloket (tussen mei 2011 en december 2012) wezen uit dat manege- en pensionstalhouders meestal tussen 35 en 54 jaar oud zijn. 

Laatste aanpassing: 15/09/2017 08:54:33 - Bannerfoto © PaardenPunt Vlaanderen - KVM