Met dank aan onze partners

// Frequently Asked Questions (FAQ)

Welke brandveiligheidsnormen gelden er bij de bouw van een paardenhouderij?

Om deze vraag te beantwoorden dienen we te verwijzen naar de basiswetgeving met betrekking tot de preventie van brand en ontploffingen:

Voor nieuwbouwstallen moet er rekening worden gehouden met bijlage zes van het "KB van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing" waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen.
Deze bijlage zes werd toegevoegd in 2009, specifiek voor industriële gebouwen. Ook landbouwgebouwen en bijgevolg ook paardenhouderijen, zijn erin vervat.
» Klik hier voor meer informatie in het Belgisch Staatsblad.

Bijlage 6 is enkel van toepassing op gebouwen die nieuw gebouwd worden, niet op verbouwingen. De indeling in standaard brandklassen voor bepaalde types van gebouwen, maakt het voor de bouwheer uiteraard eenvoudiger om zijn nieuwbouw in te delen. Toch moet er altijd rekening gehouden worden met de specifieke situatie en het specifieke ontwerp.
Bij verbouwingen wordt bijlage 6 gebruikt als leidraad.
 
In het kader van Vlarem (milieuvergunning) dient de uitbater zelf contact op te nemen met de lokale brandweer met betrekking tot de brandbestrijdingsmiddelen of zijn er afhankelijk van het type vergunning voorwaarden opgelegd in de Vlaremwetgeving.
 
Meer info over de technische uitvoering en technisch advies vindt u bij het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB): yves.martin@bbri.be
» Klik hier voor de website van WTBC. 
» Klik hier voor meer info over de WTCB Normen-Antenne die de bouwsector inlicht omtrent brandveiligheid.
 

Is mijn stal een industrieel gebouw?

De definitie in de wetgeving is duidelijk: Het gaat om “een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat omwille van zijn constructie of inrichting bestemd is voor doeleinden van (…) het bedrijfsmatig houden van dieren.” Een gebouw is in deze context “een constructie die toegankelijk voor personen, overdekt, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten en groter dan 100 m² is."
 

Waarom deze wetgeving?

Deze wetgeving wil in eerste instantie het ontstaan, de ontwikkeling en de voortplanting van brand voorkomen. Ten tweede heeft ze tot doel de veiligheid van de aanwezigen te waarborgen. Als laatste wil ze preventief het ingrijpen van de brandweer vergemakkelijken. Dit wil dus zeggen dat zowel de constructie als de inboedel van het gebouw zo moeten ontworpen, geplaatst en gebouwd zijn, dat brand er niet gemakkelijk kan ontstaan of zich voortplanten, dat de personen die er werken gemakkelijk moeten kunnen geëvacueerd worden, en dat de brandweer gemakkelijk kan ingrijpen, indien er toch brand uitbreekt. Om dit alles te bereiken zijn er een aantal eisen bepaald waaraan de bouw, het ontwerp en de inrichting moeten voldoen. Op zich dus zeker een te begrijpen doelstelling.
 

Wie is verantwoordelijk voor de toepassing?

Hoewel dit duidelijk een technische job is, is het toch de bouwheer die aansprakelijk gesteld wordt voor het toepassen van deze wetgeving in het ontwerp. In de praktijk zal het de ontwerper zijn die ervoor zorgt dat de wetgeving toegepast wordt. Doet hij dit niet, dan wordt het gebouw van rechtswege in de hoogste brandklasse ingedeeld. Met alle gevolgen en kosten van dien natuurlijk.
 

Standaardwaarden of berekende waarden gebruiken?

 De wetgeving helpt de bouwheer een handje. Er zijn namelijk een aantal richtwaarden en standaarduitvoeringen bepaald in de wetgeving. Dat is net het voordeel van deze wetgeving. Deze wetgeving zorgt voor duidelijkheid. Het is de bedoeling dat een bepaald ontwerp van een gebouw dat voldoet op één plaats, ook voldoet op andere plaatsen. Vroeger moest de brandweer van elke gemeente afzonderlijk de inschatting maken. Nu is dat niet meer het geval. Er is een basistekst. Het is wel een zeer technische, specialistische wetgeving.
 

Typeoplossingen uit de industriebouw gebruiken?

De brandbelasting wordt in hoofdzaak bepaald op basis van de inboedel. De indelingsklasse geeft aan waaraan de constructie van een gebouw moet voldoen. Ook daarvoor worden een aantal typeoplossingen voorgesteld in de bijlage 6 van de wetgeving. Deze zijn echter gebaseerd op industriegebouwen en niet op de specifieke situatie van een paardenhouderij. Wij raden hier dan ook zeker aan om de typeoplossingen niet te gebruiken voor paardenhouderijen. De berekende waarden zijn realistischer.
 

Klasse A, wat betekent dat?

  • Paardenhouderijen zullen in de meeste gevallen in klasse A van de wetgeving terecht komen. Maar wat betekent dit in de praktijk? We bekijken enkele specifieke punten zonder volledig te willen zijn.
  • Als eerste controleren we de waarde van de totale oppervlakte maal de absolute brandlast. Het is de oppervlakte - per 1000 vierkante meter - met de zwaarste brandlast die de brandbelasting van het geheel bepaalt.
  • Een alarminstallatie is verplicht maar een gebouw in klasse A met een oppervlakte kleiner dan 2000 vierkante meter heeft voldoende aan een branddetectie-installatie met handbediende melders. Een drukknop met een sirene voldoet dus in het kader van bijlage 6. Automatische blusinstallaties zijn niet verplicht. Wenst men deze toch te plaatsen, dan heeft dit wel een positieve invloed op de andere investeringen die men moet doen. Zo zullen er dan bijvoorbeeld minder eisen gesteld worden aan de structurele elementen.
  • Vluchtwegen moeten er in voldoende mate aanwezig zijn. Aangezien het aantal aanwezige personen in een paardenhouderij over de volledige tijd gezien, nogal meevalt, kan ook het aantal vluchtwegen beperkt worden. Maar denk bij het ontwerp toch ook aan uw eigen veiligheid. De isolatie kan immers voor een snelle brandverspreiding zorgen. Dan bent u blij dat er een deur naar buiten in de buurt is.
  • Veiligheidssignalisatie en noodverlichting zijn verplicht.
  • Bereikbaarheid is eveneens een belangrijk thema en zeker op landbouwbedrijven, verdient dit de nodige aandacht. De brandweer beoordeelt dit ook in zijn advies. Ook daar kan er weer een groot verschil zijn tussen de standaardindelingen en de berekende waarden. Met de typevoorbeelden komen we soms tot onderlinge gebouwafstanden van 16m, realiseer dat maar eens op een paardenhouderij! Doen we de uitvoerige berekening, dan is het resultaat voor de aan te houden tussenafstanden soms heel wat gunstiger. De moeite dus om een berekening te maken.
  • Voldoende bluswatercapaciteit en andere blusvoorzieningen moeten aanwezig zijn.
 

Wat bij aanbouw en uitbreiding van een bestaande stal?

Wordt een nieuw deel aangebouwd aan een bestaande stal, dan moet er ofwel een compartimentswand voorzien worden, ofwel worden het oude en het nieuwe deel als één geheel bekeken. Dit kan voor problemen zorgen vermits de structurele elementen van het bestaande gebouw meestal niet zullen voldoen. Is er weinig plaats op de locatie, dan is het vanuit brandtechnisch oogpunt beter niet aansluitend te bouwen maar toch zo dicht mogelijk tegen elkaar. Maar dit is praktisch gezien niet altijd even eenvoudig te realiseren. Alle aspecten moeten dus in het ontwerp bekeken worden.
 

Belang van een goede verzekering

Naast een correct ontwerp en een correcte uitvoering, is ook een goede verzekering van de stal van groot belang.
Verzekeringsmaatschappijen worden meestal niet gecontacteerd bij het ontwerp en de bouw van een nieuwe stal. Pas als de stal gebouwd is, wordt er aan de bijhorende verzekering gedacht. Dit is een gemiste kans. Door tijdens het ontwerp en de bouw aandacht te geven aan enkele preventiemaatregelen, kan een exploitant ervoor zorgen dat zijn stal in een lagere verzekeringsklasse terecht komt. Dat maakt een verschil in de premiebedragen. Hecht daarom belang aan een aantal algemene en constructieaspecten:
  • De structuur van het gebouw: degelijke skeletbouw en dakconstructie
  • De isolatie: bijvoorbeeld brandbare niet-afgeschermde isolatie betekent de zwaarste risicoklasse en dus een tariefverhoging
  • De algemene orde en netheid van een bedrijf
  • De keuring van de elektrische installaties


Brochure van FOD over veiligheid in paardenhouderijen

De Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg stelde een brochure op over de veiligheid in alle milieus die met paarden in contact komen. Het document werd uitgewerkt door een studente preventieadviseur in het kader van haar thesis. 
» Klik hier voor meer informatie over de brochure. 
 
Hierin leest u volgende paragraaf: 
 
"Door de aanwezigheid van stro en andere gemakkelijk ontvlambare materialen verhoogt het brandrisico. Enkele aspecten waarmee men rekening moet houden bij het ontwerp en de inrichting van de infrastructuur worden in detail behandeld
in dit hoofdstuk. De elektrische installatie moet in perfecte staat zijn en moet elke 5 jaar gecontroleerd worden door een erkend organisme voor professionele installaties. De lampen in de boxen moeten beschermd worden met tralies om te voorkomen dat ze stuk raken door een kopstoot van het dier en dat er vonken in het stro terechtkomen. De elektrische installaties moeten ook bestand zijn tegen stof en vocht. De materialen die gekozen worden voor de constructie van de gebouwen moeten uiterst brandbestendig zijn en er moeten voldoende blusinstallaties voorzien worden (brandhaspels, brandblusapparaten, …). Het is trouwens altijd interessant om de brandweer uit te nodigen om advies te geven…"
 

In functie van brandpreventie is een overleg ter plaatse met de brandweer ongetwijfeld nuttig. 


Andere vragen in deze categorie


Laatste aanpassing: 28/06/2017 14:19:05 - Bannerfoto © photoXpress